Stomverbaasd bekijk ik de medewerker van de gemeente Noordenveld. Hij heeft mijn afvalzak met daarin plastic, metalen en drankkartons (PMD) in de hand en bekijkt zeer nauwkeurig de inhoud. Privacyregels gelden blijkbaar niet in het afvalwezen.
Hoewel het pas zeven uur twintig is en het vakantie is brult de man over zijn linkerschouder uit werkelijk volle borst:
‘Hier nog drie Teun!’

Mijn verbazing stijgt.
‘Je neemt ze niet mee begrijp ik?’ vraag ik maar eens. De man kijkt me niet eens aan.
‘Er zit allemaal afval in,’ antwoordt hij, onderwijl een sticker op de zak plakkend met daarop de melding dat ik bijkans een milieudelict heb gepleegd.
‘Lijkt me logisch,’ antwoord ik maar, ‘maar ik heb eigenlijk liever niet dat u door mijn afval neust. Volgens mij gaat u dat niks aan. Of bent u een soort opsporingsambtenaar?’
Hij lacht me in het gezicht uit.

Ik word kwaad, het is nog vroeg.
‘Laat maar even zien wat erin zit dat niet mag dan!’ zeg ik scherp. Ik geef hem een van de zakken. De man lacht nog steeds en draait de zak om en om. Hij bekijkt de lege bakjes salade, de verpakking van de ossenworst en de fles sinaasappelsap van mijn zoon.
‘Kijk, papier,’ zegt hij triomfantelijk. Onderin de zak zit, verstopt tussen een leeg blik bonen en een leeg zakje pinda’s inderdaad een papiertje. Het was onverhoeds vastgeplakt aan een leeg blikje asperges en meegereisd, zo de zak PMD in.
‘Om dat ene papiertje neem je de hele zak niet mee? Hou toch op!’ roep ik. Als de dag zo begint moet ik wel oppassen dat ik goedgemutst op het werk verschijn straks. Het lijkt moeilijk te worden want de man lacht nu een zeer autoritair lachje en meldt trots dat hij inderdaad de zak niet meeneemt.

In de volgende zak constateert de man dat er nog een restje eiersalade in het bakje is achtergebleven. Blijkbaar worden we geacht eerst de spullen om te spoelen en ze brandschoon in de PMD zak te plaatsen. Want er staat een man door ons afval te snuffelen, die daartoe niet eens gerechtigd is, of we het wel goed doen. Benieuwd wat hij allemaal tegenkomt op zo’n ochtend. Als hij aan het eind van de dag Mulder tegenkomt in het dorp en zegt: ‘Zo Bert, er zaten wel heel veel bierblikken in deze week!’ weet ik niet of Mulder nou zo blij is. En condooms, mogen die in de PMD zak? Zal toch de nodige opschudding veroorzaken bij het afvalwezen.

We zijn uitgeluld. De man wint. De zakken blijven liggen.
‘Je kon er wel lol in hebben,’ zeg ik. Hij antwoordt niet en loopt bedaard als Caesar, die het slagveld bij Pharsalus verlaat, terug naar de afvalwagen die verderop staat te denderen in de straat.

Nee, die afvalscheiding stoppen we maar mee. Tenminste, totdat de gemeente besluit ook de grijze container eerst op de kop te gooien om te controleren wat erin zit. Ja en die zakken PMD? Och, bij de supermarkt gooi je ze gewoon in de grote verzamelcontainer. Als ik dat nu gewoon elke week doe dan krijg ik misschien korting op het exorbitante bedrag dat de gemeente in rekening brengt voor de inzameling van het afval.

Ik vrees echter van niet.