Verschrikt keek hij in de spiegel. Hij leek even weg te zijn gedommeld. Met grote ogen staarde hij met afgrijzen naar zijn kale hoofd, waar zijn eens zo weelderige haardos zat. Ook zijn paardenstaart was weg en lag potsierlijk op de rand voor de spiegel, tussen de flesjes eau de toilette en verschillende scharen en borstels. Weg was zijn imago, zijn eens zo stoere hoofd, waar de vrouwtjes zo op vielen, was veranderd in een glimmende biljartbal. Zelfs zijn wenkbrauwen waren weggeschoren.

Hij voelde een wilde woede in zich opkomen. Hij wilde zich omdraaien, maar merkte dat hij vast zat in zijn stoel. Zijn woede sloeg om in een wilde paniek. Hij kreeg bijna geen lucht en voelde zich benauwd. Het zweet brak hem aan alle kanten uit. Hij wilde de doek rond zijn keel wegtrekken maar op een of andere manier ging het ding steeds strakker zitten. Hij hapte naar lucht en maaide wild om zich heen. Hij voelde een felle pijn in zijn rechterbovenbeen en kon nog net vanuit zijn ooghoeken zien hoe een schaar rechtop uit zijn been stak. Hij gilde. Een langerekte hoge en huiveringwekkende lach was het antwoord. Het leek onder de stoel vandaag te komen.

Strakker en strakker zat de doek. Zijn ogen puilden uit. Hij kreeg nog nauwelijks lucht. Zijn wilde bewegingen werden steeds zwakker. Hij reutelde.
Langzaam werd alles donker en uiteindelijk verdween hij met een zucht in eeen diepe zwarte afgrond. Met stoel en al viel hij op het goedkope keukenzeil.
Hij voelde het niet.

 
 
card1-1024x733
 
 
met dank aan Jaap Wesselius.