18-08-2016. Ik ben te gast op Kanaalzicht, het bedrijf van Arlo Kuit in Sint Maartensvlotbrug. Ik huur er Klein-Kanaalzicht, een los huisje nabij de boerderij. Arlo heeft er een jaar of tien zelf in gewoond, alvorens hij het veebedrijf van zijn vader overnam en Kanaalzicht omvormde tot een handel in bollen en bloemen; tulpen en narcissen.

Eerder in de week hadden we problemen met internet op Klein-Kanaalzicht, een euvel dat nog te vaak voorkomt in de buitengebieden. Arlo kwam langs met een nieuw aansluitpakket en naast elkaar liggend op de grond prutsten we aan een router en een ISRA-punt. Dat schept een band; ik kreeg samen met mijn gezin een rondleiding.

Samenvattend is het eigenlijk trots en bevlogenheid wat hij spreekt en ademt. Een oer-Hollandse ondernemer met hart voor zijn zaak. Hoewel we in het hoogseizoen zitten en de werkdagen van ’s ochtends zes tot ’s avonds negen hem wel zijn aan te zien, is hij enthousiast bij zijn uitleg. Net zelf vader vindt hij het zichtbaar leuk om mijn jongens het proces van bol tot verkoop uit te leggen.

‘Eerst stoppen we hele kleine bollen in de grond in het najaar. In het voorjaar laten we ze bloeien om de bollen te laten groeien. Dan halen we de koppen eraf. En dan groeit de bol nog verder en als ze groot genoeg zijn halen we ze weer uit de grond.’
‘Huh? Die bolle veldbloemen, eh, bloembollenvelden die je ziet zijn dus niet voor de verkoop?’ onderbreek ik hem onnozel.
‘Nee,’ zegt hij, ‘in januari kweken we apart bollen in de kas. De bloemen daarvan verkopen we wel.’
‘Oh ok,’ antwoord ik, wat ontnuchterd.
Mijn zoontje doet even het hek dicht van de ook aanwezige koeienstal. Arlo glimlacht. ‘Dankjewel hulpje,’ zegt hij.

Dan lopen we langs de productielijn. Arlo vertelt over het machinaal van het land halen, de eerste sortering op een bandmachine en dan nog een sortering op een lopende band met gaten. Mijn zoons nemen schaapachtig plaats achter de lopende band. Maar ze vinden het prachtig.

We lopen allemaal langs een drooghok. De jongens mogen de luchtstroom voelen, die tevens de rok van mijn vrouw wat doet opbollen.
‘Hier drogen we de bollen, anders gaan ze schimmelen,’ zegt Arlo, ‘en hier worden ze een tijdje koel bewaard.’
We kijken naar rijen met kratten vol bollen. Het zijn er heel wat.
‘Mislukt de oogst wel eens?’ vraag ik.
‘Helaas wel, soms is alles verzopen. Dan heb ik je niks.’
‘Ben je daar niet voor verzekerd?’
‘Nee, het is dan de broekriem aanhalen en hopen dat het volgend jaar beter is,’ zegt Arlo, maar hij kijkt totaal niet ernstig.
‘Maar het kan wel uit zeg maar,’ zeg ik.
‘Het wordt wel slechter, er is bijvoorbeeld voor narcissen wel een prijsdaling van vierenhalf cent naar een komma zeven cent. Het wordt allemaal ook wat onder de economische crisis gehangen. Als ik mijn eigen uren niet meetel hoop je dat je goed uitkomt.’
Het lijkt me een onzeker bestaan, maar wel vrij en Arlo ziet er gelukkig uit.

De jongens mogen een net vullen met bollen, om thuis in de grond te stoppen. Vol vuur graaien ze in de bollen. Arlo houdt het net vast en heeft schik. Ik kijk nog wat om me heen en zie in de verte een heel veld onder water staan.
‘Dat doen we een paar weken zo,’ antwoordt Arlo op mijn vraag waarom dat is. ‘Het is eigenlijk ongediertebestrijding, bacteriën en aaltjes verdwijnen zo.’
‘Gebruik je verder nog veel bestrijdingsmiddelen?’ vraag ik.
‘We doen steeds meer biologisch. Ook wel door de regelgeving hoor. Maar we zitten nog maar op dertig procent van het gebruik van middelen van een paar jaar geleden. Toch regelt Brussel vanachter een bureau een hoop verkeerde zaken. Schadelijke stoffen die je het minst gebruikt mag je nu meer gebruiken, en minder schadelijke stoffen die je normaalgesproken meer gebruikt mogen nu minder. Maar je hebt het ermee te doen.’

We krijgen nog wat uitleg over de tussenhandel, die de bollen klaarmaakt voor de tuincentra en dergelijke. Dan is het klaar.
‘En ’s winters navelstaren?’ vraagt de aangeboren luiaard in mij. Arlo lacht.
‘Mijn vrouw vindt het niet erg dat ik nu zoveel werk, want je jaarinkomen moet je voor het grootste deel nu verdienen. Maar na het hoogseizoen kun je meer bij je gezin zijn en ook eens op bezoek gaan en zo. Maar ik werk er dan ook bij, bij een ander bedrijf.’
‘O ja? Wat doe je dan?’ vraag ik nieuwsgierig.
‘Dan zit ik in de lelies,’ antwoordt hij.

Ik had het kunnen weten.

 

image-1024x728