De hal bestaat uit louter feestelijk vertoeven in een speelparadijs en is uiteraard voorzien van ballenbak, glijbanen en klimtoestellen. Horen en zien vergaan. Volwassenen en kinderen krioelen door elkaar, als een vleesgeworden mierenhoop tijdens een belegering. Na ettelijke pogingen allerlei kroost bijeen te houden in het moordende tempo dat kinderen eigen is, heeft een moeder de hoop opgegeven en verpoost, middenin een woud van tafels, op een plastic stoel. Ze staat in de opname-stand.

Opeens verschijnt een, ondanks het zeer gemêleerde gezelschap, ernstig detonerende heer bij de ingang. Hij is in een volledig kostuum gekleed, inclusief de in onzwang rakende das. In de schreeuwerige kakofonie van de helle shirts der kinderen is hij een Mercedes op een skelterbaan. Onder de arm draagt hij een schrijfblok.

Eén blik op het zwaar bebrilde heerschap doet de mevrouw achter de kassa het draaideurtje ontsluiten. De heer knikt instemmend. Wat onwennig betreedt hij de grote ruimte met louter joelende kinderen. Goed bezien maakt hij eigenlijk geen enkele kans. Na slechts enkele stappen struikelt hij over een langsstormend jongetje, dat in volle vaart slechts even achteloos omkijkt.

Even lijkt het alsof hij zich staande kan houden, maar dan tuimelt de heer dan toch tegen de grond. Het schrijfblok en de hoornen bril rollen displaced tussen de ballen uit de ballenbak. In het oorverdovende gedruis van het spelen merkt niemand het.
Behalve de moeder.

Hij is snel overeind en scant de omgeving of zijn tuimeling lachsalvo’s teweegbrengt. Hij treft de blik van de moeder. Ze glimlacht, de films van Laurel en Hardy nog vers in het geheugen. Gemelijk kijkt hij terug, maar wordt snel afgeleid door de meneer van de indoor-speeltuin, gehuld in een opzichtig geel shirt met fel afstekende donkere zweetplekken onder de armen. Ze drukken elkaar de hand. De zwetende meneer behandelt de Mercedes met veel egards.

Het blijkt snel waarom. De heer in het pak begint aan een kennelijke inspectietocht. De nut van het meegetorste schrijfblok blijkt spoedig, als hij er met zwierige gebaren aantekeningen op maakt, aan de hand van de antwoorden die het personeelslid geeft. Gehalveerde kinderen of koppen die rollen zit niemand op te wachten. De heer wil het voorkomen middels de vragen en de controles. Hij schuifelt behoedzaam langs de nog steeds voortrazende kinderen, met een geforceerde glimlach om de mond en een houterige houding in het schoudergedeelte.

Als de mannen omhoog kijken ontstaat er een lange discussie over het plafond. Blijkbaar is er iets niet in de haak. Beide mannen turen lang omhoog en praten er veel over, waarbij hun kinnen naar elkaar wijzen. De inspecteur is zichtbaar opgelucht met dit tastbare onderwerp. Kloek jargon met houvast. De mannen knikken ernstig.

Voor de moeder is het tijd om naar huis te gaan. Beide beide mannen zitten inmiddels in een hoekje van de zaal aan een klein tafeltje. De inspectie zit erop. Het schrijfblok ligt terzijde, op een hoek van het tafeltje. Hoewel de zweetplekken op het shirt van de man in het geel wat groter lijken is hij zichtbaar opgelucht. De inspecteur nipt voorzichtig aan een kopje koffie.

“BOE!” roept een der kinderen onverwacht. Vanuit het niets springt hij achter een pilaar vandaan, tot vlak voor het tafeltje van de heren.

Wild gulpt de koffie over het kopje van de inspecteur. Het schrijfblok is drijfnat en bruine druppen vallen op de grond. Het gezicht van de man trekt wit weg en alle opgekropte frustratie der sociaal gewenste voorkomendheid jegens de alom aanwezige etterbakjes wil naar buiten komen. Snel vat zijn moeder hem in de kraag en beschaamd trekt ze hem krachtig mee naar buiten.

Godfried Bomans zei eens: Mijn oom Willem had zulke stomme kinderen dat ie het zelf in de gaten had.
 
20131122-192146