De hond is de beste vriend van de mens en we aaien menig kat op schoot als we een boek lezen. Liefde wordt ook gevoeld voor visjes in de kom, schildpadjes, vogels en slangen. We kijken met plezier naar natuurfilms op TV en een dode walvis op het strand vinden we zielig. We sturen doodsbedreigingen per e-mail naar mensen die dieren slecht behandelen of er proeven mee doen. We leven aangetoond langer bij het geven van liefde aan een dier. We ervaren meer trouwe viervoeters dan tweevoeters. We ervaren boswachters op Twitter en biologen op TV. We ervaren ook dieren als politiek doel.

Dierenliefde, mooi. Maar ook onvoorwaardelijk? Er zitten veel aspecten aan dierenliefde.

Veel liefde voor dieren neemt abrupt af als de vakantie aanbreekt en we afreizen naar Spanje. Als de achterbank vol ligt met buurvrouw Bep blijkt er al snel geen ruimte meer voor het huisdier. Visjes in de kom neem je ook niet snel mee en verhongeren, takken wandelen vanzelf weg, de python laten we ook liever thuis en gebruiken hem als binnenband bij thuiskomst. Trouwe viervoeters dumpen we in het bos. Dat gebeurt zo massaal dat hele in het wild levende roedels ontstaan.

Soms neemt dierenliefde hartstochtelijke vormen aan. Oma breit een broekpak voor het poesje. We vragen Rakker wat hij vanavond wil eten. Het stel dat maar geen kinderen kan krijgen verplaatst alle opgekropte liefde naar de hond. De buren vinden dat we onze kop moeten houden over het geblaf in de tuin omdat Wodan is gevallen vandaag en het moeilijk heeft. Maar soms neemt dierenliefde ook smerige vormen aan, die zelfs bij wet verboden zijn.

We sporten met dieren en halen het uiterste uit het dier. Op de rug van een paard. We laten honden rennen en proberen duiven zo snel mogelijk naar huis te laten vliegen. Een vis aan een haak vangen noemen we sport. Maar als we dieren tegen elkaar laten vechten en wedden wie er zal winnen, zijn veel mensen juist weer boos omdat dat niet mag. En dat terwijl kooigevechten bij mensen normaal zijn.

Maar dieren dienen vooral ook als voedsel. Uitgangspunt van alle leven is dat de hele natuur is neergezet als één groot cateringbedrijf. Een heel miezerig beestje eet een klein plantje of plankton en wordt vervolgens zelf opgegeten. Tot aan het gevreesde roofdier toe is het een kwestie van eten en gegeten worden. Een voedselketen noem je dat.

Ook de mens staat bovenaan een dergelijke voedselketen. Jagen doen we niet meer, maar het principe is gelijk gebleven. We zijn nu slimmer en we houden de dieren binnen ons bereik. Liefst op massale accommodaties met vrije uitloop; de zee is toch bijna leeg en dieren in het wild smaken maar naar mest.

Het doden van dieren luistert echter wel nauw en kan ook erg boos maken. Als we ritueel slachten vanuit een bepaald geloof dan zien we dat liever niet. Als de politie een hond doodschiet houden we een stille tocht voor het dier. Maar het op ruwe wijze massaal preventief ruimen van ziekteoverbrengende dieren is geen probleem. Het doden en/of eten van honden, katten en cavia’s haalt ook de kranten. Vuurwerk gooien naar dieren maakt ons ziedend. Maar vliegen slaan we gewoon dood en wespennesten worden professioneel verdelgd. Sprinkhanen beroven ons van het voedsel en worden vergiftigd. Haaien bijten ons een stuk uit het been en worden afgeschoten.

Wel ingewikkeld, die relatie tussen mens en dier. Natuurlijk, ik vind het jonge katje ook lief, de bruine ogen van de hond van de buren ook en ik voel fysieke afkeer bij beelden op televisie bij dierenmishandeling. Toch is er blijkbaar een ongeschreven rangorde van dieren die zomaar dood kunnen en dieren die we lief vinden en menselijke eigenschappen toedichten.

Want daar ligt de kern. Liefde voor een dier heeft ook te maken met liefde voor onszelf. We projecteren onszelf graag op de dieren. Daarbij is het wel zo dat je zo’n relatie met het ene dier nou eenmaal wat gemakkelijker aangaat dan bij het andere. Daarom mogen sommige dieren gewoon dood.

Behoudens wat na-apende papagaaien zeggen de beesten over het algemeen weinig terug en kunnen we ons comfortabel superieur voelen. Een echte Animal Farm, waarbij onderscheid tussen mens en dier verdwenen is, zal het nooit worden. Hoewel de dieren weliswaar de betere wezens zijn, zonder veel kwalijke eigenschappen van mensen, willen we wél de baas zijn over het dier.

Helaas gaan we gemakkelijk voorbij aan de relatie tussen de dieren onderling. De mens wil meer van dieren houden dan de dieren van elkaar. Niet alleen is de natuur een groot cateringbedrijf, je hoeft geen bioloog te zijn om te zien hoe intolerant de meeste soorten zijn. Partners die elkaar opeten, kindermoord, martelingen en genocide, veelvoorkomende misdaden binnen het dierenrijk.

Misschien is het onvrede. Jammer dat we het ze nog niet kunnen vragen.

 
image-300x209