Vandaag moest ik naar de dokter. Een hardnekkige oogontsteking deed me rondstrompelen met rode ogen, zodat menig collega zich verwonderd afvroeg welk leed ik op de schouders torste. Maar toen ook een kind in de supermarkt me bezorgd aankeek en tegen moeder zei: ‘Kijk mama, die meneer moet huilen, net als ome Cor!’ vond ik het welletjes en maakte een afspraak.

Zwetend door het warme weer liep ik het pad op richting de deur van de wachtkamer. Vlak voor een wijdgeopend raam hield ik halt omdat de smartphone in mijn broekzak persisterend trilde. Juist toen ik keek wie mij zo nodig had hoorde ik:
‘Ja, even bukken Mulder. Ik moet even voelen of er echt niks zit.’

Er kreunde iemand vrij luid. Volgens mij was het Mulder, want de eerste stem had ik duidelijk geclassificeerd als die van de dokter.
Onwillekeurig kreeg ik een beeld bij de zojuist geuitte aanwijzing en vol walgende verbazing hoorde ik:
‘Nou ik kan niet zeggen dat ik wat voel. Als ik doordruk zou ik het echt moeten voelen en bovendien heb ik de indruk dat het wel irriteert wat ik doe maar dat het niet heel erg pijn doet, is het wel?’

Ik hoorde Mulder andermaal steunen. Het bericht op mijn smartphone liet ik voor ongezien. Ik stond aan de grond genageld. Als ik nu verder liep op het grindpad zouden ze misschien denken dat ik stond te luisteren.
‘Ok├ę dokter,’ hoorde ik Mulder zeggen, ‘dan zal het wel in orde zijn. Maar de stoelgang werd ook moeilijk en mijn vrouw vond dat ik u moest laten kijken. Je hoort zulke rare dingen tegenwoordig.’
‘Ik zal u een laxeermiddel voorschrijven,’ hoorde ik de dokter zeggen. Ze gingen zitten en van het lawaai der schuivende stoelen gebruikmakend schoof ik schielijk naar binnen. Ik had genoeg rare dingen gehoord.

Ik zat nog maar net in de wachtkamer of Mulder kwam uit de behandelkamer. Ik kende hem wel van gezicht. Hij werkte in de plaatselijke cafetaria. Hij hield een briefje in de hand, ongetwijfeld een recept. Hij was wat rood aangelopen. Ook vond ik dat hij wat moeilijk liep. Ik bedacht dat ik voorlopig geen patat hoefde; de associatie met moeizame darmperistaltiek was mij te tastbaar.

Terwijl Mulder wegschuifelde viel mijn oog op een vaktijdschrift, dat achteloos op de tafel was gesmeten. Het lag nog opengeslagen. Een vette kop schreeuwde: “Beveiliging elektronisch pati├źntendossier nagenoeg rond!”

Security. Mensenwerk.

 
image44