Wegens vakantie is de praktijk gesloten. Waarneming geschiedt door dokter X, telefoonnummer…
Ik zucht en verbreek de verbinding. Het is vakantietijd. Oogontsteking of geen oogontsteking.
Ik bel het nummer dat ik zo-even hoorde. In gesprek. Daarna is het nummer nog achttien keer in gesprek.

‘Huisartsenpraktijk X.’
‘Goedemorgen,’ zeg ik, en ik noem mijn naam.
Stilte.

‘Ik heb opnieuw oogontsteking, kan de dokter er even naar kijken,’ zeg ik maar.
‘Hoe is u naam?’ klinkt het aan de andere kant van de lijn.
Ik noem nogmaals mijn naam.
‘Ben u wel patiënt hier?’ vraagt de mevrouw even later, zeer geïrriteerd.
‘Nee,’ antwoord ik, ‘mijn huisarts is met vakantie.’
‘U moet eerst zeggen dat u hier geen patiënt bent!’ maant de mevrouw krachtig.
‘Hoe bedoelt u,’ vraag ik, ‘nog voordat ik mijn eigen naam zeg?’
Maar de mevrouw zucht.

‘Ja, ik kan u niet opzoeken in mijn systeem,’ zegt ze even later.
In de kleine dorpsgemeenschap waar ik woon is een elektronische samenwerking blijkbaar nog uitgesloten. Het EPD is nog ver weg.

Na nog wat haarkloverijen geef ik nogmaals aan dat ik graag wil dat de dokter even naar mijn oog kijkt.
‘Nou, het kan nog om tien over negen,’ zegt de mevrouw gebiedend.
‘Oei, dan kan ik niet,’ zeg ik spijtig, ‘dat is al over tien minuten immers! Dat haal ik nooit!”
‘Ik sta niet voor de deur,’ voeg ik onnodig toe.
‘Ja, dat begrijp ik wel,’ zegt de mevrouw dan ook, ‘maar ik bied u een mogelijkheid. Door de waarneming zitten we de rest van de week vol.’

Ik deed tijdens de gymles op school eens een overmoedig vogelnestje in de ringen, waardoor ik lelijk vast kwam te zitten. Hetzelfde gevoel overmant mij even.
‘Eh,’ stamel ik, ‘dan blijf ik dus met een oogontsteking rondlopen.’
‘Het is aan u. Als u van gedachten verandert dan hoor ik het wel.’
‘Dankuwel,’ zeg ik, gemelijk. Ik hang op en zoek strompelend een heenkomen, tot dat openstaand keukenkastje me tegenhoudt.

Dokters. Ze hebben het te druk gekregen volgens mij.