Blij ijs (2)

Een man en twee puberdochters drongen opmerkelijk voor bij de ingang van Alida’s Smikkelpaleis. Net als wij hadden ze blijkbaar bijzonder zin in een verkoelend ijsje.
Zo’n ijsje lijkt althans enige verkoeling te bewerkstelligen, echter na het nuttigen ontstaat een dorst die noopt tot hardnekkig sjouwen met bierkratten. Daarom zie je veel mannen met puberdochters ijs bestellen.
De puberdochters aarzelden met de bestelling. Besmuikt stonden ze linksachter de man gesitueerd en overlegden zoals puberdochters dat kunnen. De man bleef wat geagiteerd. Blijkbaar had hij nu reeds dorst.
Mijn zoon keek dit tafereel met lede ogen aan, met opeengeperste lippen. Hij deed een stap naar voren en zei bedaard:
‘Mag ik een softijs? De grootste.’
De man opende de mond, maar de puberdochters giechelden. Ik snoot mijn neus; in elke situatie een handige houding.
Mijn zoon kreeg het grootst denkbare ijsje en verdween erachter, zodat hij mijn vragende blik ontweek. Ik zuchtte, bestelde een bescheiden ijsje en betaalde gedwee, ik ben dat wel gewend.
Man en dochters produceerden nu ook een bestelling. De mevrouw liep weer naar het ijsapparaat, maar na een half vervaardigd product bleek het ding leeg te zijn.
‘Sorry, ik moet hem even aanvullen,’ zei de mevrouw dan ook.
De man produceerde een term die je met name zo rond Kerstmis minder hoort en hij keek daarbij vernietigend naar mijn zoon. Maar die is daar ongevoelig voor omdat hij een onafhankelijke geest bezit waar zelfs ik wel eens jaloers op ben.
Hij was trouwens druk met het oplikken van het ijs, dat gezien de hoge temperatuur buiten aan alle kanten langs het hoorntje lekte en een spoor achterliet in het smikkelpaleis.
De man en dochters passeerden ons, druk in een ruzie-achtig gesprek. De man liep met zijn slippers door het gemorste ijs van mijn zoon.
Vakantie.
Heerlijk.