Zet hem maar even op cc

Romeinen duidden er ooit het getal 200 mee aan. Natuurlijk is het ook een inhoudsmaat, veelvuldig benoemd door pubers met brommers, doordat de wettelijk toegestane cilinderinhoud van de tweewielers per definitie niet tegemoet komt aan de snelheidswensen der jongeren. Ook paardenfokkers hanteren het begrip CC veelvuldig als hengsten fantoommerries bestijgen. Het inspireerde de popgroep 10CC ooit voor de naamgeving. Om maar wat te noemen.

Niets van dit alles beschreef echter mijn verbazing toen ik een aantal mails ontving, waar mijn naam als bijproduct was toegevoegd in het CC-veld, dat zo’n mailprogramma nu eenmaal voorradig heeft.

Carbon copy. Hoewel ik zó’n ouwe lul ben dat ik het carbonpapier ooit hanteerde om een kopietje te fabriceren, wordt het nu gebruikt door een mailer om iemand zijdelings op de hoogte te houden van verstuurde boodschappen naar primaire ontvangers.

Op zich een handige functie. Ooit bedacht in een tijd dat mail nog sporadisch werd verstuurd en een mailbox nog geen bombastisch gedrocht van workload en archivering was.

De berichtenreeks betrof feitelijk slechts een verzoek van de afzender, dat iemand anders blijkbaar moest uitvoeren. Echter na vijf van die berichten, en reacties daarop, geloofde ik het wel. Nodeloze berichten, waar ik direct of indirect niet zo’n boodschap aan had, mochten wat mij betreft achterwege blijven.
Ik mailde het de afzender. Gewoon, om even mee te doen.

Het antwoord overtrof mijn stoutste verwachtingen en ontlokte mij de reeds geschetste verbazing.
‘Ja maar jij bent toch zijn manager?’ stond er.
Ja dat klopte wel.
‘Klopt,’ mailde ik maar, ‘maar daarom hoef ik niet alles mee te lezen hoor,’ grapte ik erachteraan.
‘Ja maar we hebben er haast mee,’ las ik spoedig.

Ik belde maar eens. Deze figuur zou tot vanavond elf uur terug blijven mailen.

Er werd mij bezworen dat het verzoek toch echt haast had. Na wat verbale omwegen kwam het er eigenlijk op neer dat ik als manager er mooi op kon toezien dat het verzoek werd uitgevoerd. Mijn medewerker zag mij ook in de CC staan en zou het immers vervelend vinden als hij dan niet gezwind handelend optrad.

Na zes jaar verdieping in Servant Leadership brandden mijn ogen. Ik legde geduldig uit dat er bij ons geen luie varkens werkten, die opgeschrikt dienden te worden uit neuspeuterend gemijmer, middels angstmechanismen stoelend op vermeend gezag dat aangewend zou worden voor slechte beoordelingen en derving van salaris, en dat alles door uitblijven van gezwinde spoedige reacties op dwingende vragen van mailers.

Ik vond het warm in de kamer.

Het bleef wat stil aan de andere kant van de lijn. Ik voegde nog even toe dat managen wat anders was dan leidinggeven. Dat leiden eigenlijk faciliteren is.
Ik hoorde een zucht, waarin de afkeuring duidelijk naar voren kwam. Knap vond ik het.
‘We zien wel wanneer het klaar is,’ was het antwoord.

Even later kreeg ik een mail met hetzelfde verzoek. In het CC-veld stond míjn manager.

Ik lachte hardop. Het deed me denken aan Simon Carmiggelt, die de bewondering beschreef voor een kolonel die de hele dag door begroet werd en met veel respect werd behandeld, maar aan het eind van de dag zo’n last had van ‘die verdomde generaals.’

Mail, een hiërarchisch instrument.