The days after (2)

Ik schreef hier acht jaar geleden al eens op hoe u zich zou voelen na de vakantie en hoe het misschien beter zou bevallen door werk en privé dichter naar elkaar toe te laten groeien.

Dit jaar is anders. Na het maanden thuis zitten door een heersend virus is de beleving van vakantie ook anders. Er zijn genoeg mensen die erop uittrekken naar andere landen, velen blijven echter in eigen land. En ook velen blijven thuis. Vakantie thuis.

Als de vakantie anders wordt ingevuld is het schakelen naar het werk daarna ook anders. Voor heel veel mensen geldt dat, noodgedwongen weliswaar, de scheiding tussen werk en privé de afgelopen maanden al anders is geworden. Het strakke verschil tussen werk- en privéleven is vervaagd. Logisch, thuis werken in T-shirt tussen de kinderen of pal naast de wasmachine in een gecreëerd hoekje is anders dan gestyled op het werk rondlopen met een erudiete trek op het gelaat.

Tijdens de vakantie schakelen we nog meer af richting privé. Het zal ongetwijfeld goed bevallen. Norse partners, krijsende baby’s, conflictzoekende pubers, klussende buren, feestende studenten en agressieve no-lifers daargelaten; vrije tijd wordt over het algemeen als prettig ervaren.

Dus na een periode met een minder schurende werk-privé-balans én vakantie gaan we straks weer buitenshuis werken. Misschien eerst nog wat minder door een tweede virusgolf, maar uiteindelijk dus weer meer de deur uit.

De vraag is of we zó afgestompt zijn dat we hunkeren naar weer een negen-tot-vijf aanwezigheid op het werk en de strikte scheiding tussen jezelf zijn thuis en een masker dragen tijdens het werk. Na twee weken zitten we weer in de cadans met veel stress, een cadans die we twintig jaar gewend waren.
Of zijn we ongemerkt veranderd en voelen we ons ruimer in ons vel zitten? Past werk en thuis beter in elkaar? Kunnen we tijdens sommige werkuren toch meer onszelf zijn? Dan is een terugkeer volgens de oude spelregels schier ondoenlijk.

Er wordt al erg veel geroepen over de ‘terugkeer naar kantoor.’ Alsof iedereen op kantoor zit, maar soit. Veel mensen blaten elkaar na over een koffie-hub als kantoorlocatie, of Teams-vergaderingen die standaard moeten worden. Het zijn veelal uiterlijkheden van een gedachte over hoe je op je werk zit en hoe je thuis zit. Waar word jíj gelukkig van? Wat beviel je specifiek aan het thuis werken? Kon je de kinderen even makkelijk naar school brengen? Kon je even boodschappen doen tijdens rustige uren? Als je weet wat goed paste in je leven kun je daarna, met collega’s, gaan kijken wat een goede werkvorm is in plaats van vooraf roepen dat dinsdag de vaste thuiswerkdag wordt.

Ik eindig zoals het stukje van acht jaar geleden: En tot slot: vrijheid op zich is niet genoeg. Vrijheid op zich is niet synoniem aan geluk. Je moet het willen om keuzes te maken ten bate van het goede leven. Als je kiest wat de massa juist wel of juist niet kiest ben je eigenlijk nog steeds onvrij. Je plezier neemt toe naar mate je bekwaamheid toeneemt in het proefondervindelijk vaststellen wat de waarden van leven, je eigen kwaliteiten of je mogelijkheden zijn. Zo kom je van vrij naar dat wat gelukkig maakt.

Prettige vakantie. Op het werk.