Hoewel in zwang is geraakt dat politici en hoogwaardigheidsbekleders binnen het bedrijfsleven maatschappelijk aanzien hebben verkregen door hun positie, in overtreffende trap zelfs deze positie verheven hebben naar voorbeeldfuncties waaruit ondergeschikten richting en waarden kunnen putten ten aanzien van het eigen functioneren, deel ik deze mening niet.

In toenemende mate, doelend op negatieve berichtgeving in de media aangaande gedragingen van politici en hoogwaardigheidsbekleders, blijkt uit niets dat genoemde posities verkregen zijn op basis van van te voren opgestelde criteria, waaraan kandidaten zouden moeten voldoen. De vraag lijkt gerechtvaardigd op basis van welke gronden men überhaupt in aanmerking komt voor een dergelijke functie.

Nadere beschouwing van berichtgeving in de media levert een beeld op van mensen op sleutelposities die, na een bepaalde tijdspanne uitoefenen van de verkregen positie, het veld moeten ruimen, danwel in opspraak raken, door wanbeleid voortkomend uit een totaal gebrek aan kennis, ervaring en inzicht of het zich toe-eigenen van grote sommen geld ten koste van het bedrijf of maatschappij.

Dat dit disfunctioneren grote gevolgen heeft voor groepen mensen uit de samenleving en/of bedrijfsleven, zonder dat dit de positie van de dader intrinsiek influenceert of de aanstellingscriteria van de opvolger, waar nog mogelijk, aanscherpen of zelfs maar creëren, is evident.

Van afstand, aangezien ik mij doorgaans niet in kringen begeef met een substantieel gehalte aan hooggeplaatsten, dringt zich het beeld op van de aanwezigheid van een vaste kern, een pool zo u wilt, louter bestaand uit potentiële politici en hoogwaardigheidsbekleders, waaruit geput kan worden in geval van het verplichte veld ruimen van een voorganger indien die wegens geschetste en te aantoonbaar of te publiek bekend geworden oorzaken. Immers blijkt dat keer op keer dezelfde misstappen aan het licht komen, simpelweg uitgevoerd door mannen en vrouwen aan de top die elkaars taal spreken en beslissingen nemen op hoog niveau.

Daarmee lijkt het mij evident dat de klassenmaatschappij zoals wij die reeds lang kennen, waarbij genoemde maatschappelijke positie reeds vaststaat wanneer men zelfs nog maar een luier draagt of afhankelijk is van vriendjes, nog immer bepalend is voor onze toekomst. De vorming van bepaalde rechtsvormen, inspraakorganen, stemrecht, organisatievormen met ogenschijnlijk invloed vanaf de werkvloer en, tot slot, onvredekanalen op social media waarbij men het gevoel krijgt dat de stem wordt gehoord, verhult slechts een bovenliggende laag: macht.

Er zijn al diverse filosofen geweest die pleitten voor een aristocratie, Plato maakte hier immers reeds gewag van, een antithese vormend met onze beoogde en nog meer bejubelde democratie. Aristocratie heeft echter nog een zeker, zij het dubieus, ideaal in zich; het leggen van de macht bij een kleine groep mensen die ‘er verstand van hebben,’ ten einde het volk te ontlasten en de goede richting op te sturen. Menig boardroom eigent zich deze status toe. In praktijk gaat het echter een stap verder en bestaan er uitverkorenen met beslissingsbevoegdheid en zoekgeraakte realiteitszin.

Gelet op bovenstaande zien we deze elitaire groep binnen politiek en het bedrijfsleven vele beslissingen nemen die leiden tot negatieve gevolgen voor grote groepen afhankelijke anderen. Daarmee kun je stellen dat onze democratie nooit heus tot volwassenheid werd gevormd, maar is blijven hangen in het verkiesbaar stellen van enkelen of ongedocumenteerde benoemingen van machthebbers; de oligarchie ten top.