‘Welkom, ik zie dat er nog wat weinig mensen zijn. Er stond toch wel tien uur in het vergaderverzoek?’
– ‘Jawel hoor. Maar Epko heeft net getrakteerd op gebak, omdat hij gisteren jarig was.’
‘O, nou oké, ik wacht nog even vijf minuten.’
– ‘Ja doe maar Bert, ze zullen zo wel komen.’

*

‘Nou jongens, we gaan beginnen, het is al kwart over tien en we hebben de zaal maar tot twaalf uur.’
– ‘Nee hoor Bert, tot kwart voor twaalf. De schoonmaakploeg komt om kwart voor twaalf. Dan moet je eruit.’
‘O, nou oké. Dan hebben we nog maar anderhalf uur. Ik zie dat Jannes, Marie, Hubert en eh… Kornelis er niet zijn. Weet iemand waar die zijn? Ik heb geen afmelding gehad. Maar ook heeft niet iedereen geaccepteerd in Outlook, willen jullie dat volgende keer doen? Ik stuur het niet voor niets.’
– ‘Annemarie is er ook nog niet, Bert.’
‘O, oké. Nou laten we maar snel beginnen. Voor je het weet is het twaalf uur. Wil iedereen gaan zitten?’
– ‘Kwart voor twaalf moeten we eruit, Bert.’
‘O ja, kwart voor twaalf.’

*

‘Nou, als we dan eindelijk zitten. O hallo, Kornelis, wat ben je laat. Ga gauw zitten joh.’
– ‘Ja, Epko heeft getrakteerd op gebak, ik moest even mijn handen wassen, Bert.’
‘Laten we snel beginnen. O hallo, Hubert. Neem snel plaats.’
– ‘Ja, sorry Bert. Epko heeft net getrakteerd, en eh..’
‘Ja, ja, ja. Laten we nu beginnen!’
– ‘Nou eh, Bert. Sor-ry.’
‘Ja oke Hubert. Nou als we dan allemaal de notulen van de vorige keer erbij pakken…o, hallo Jannes. Ga gauw zitten. De traktatie van Epko, zeker?’
– ‘Nee, Bert. Ik had de vergadering in Outlook gemist en ik miste opeens iedereen op de afdeling.’
‘Ja, ja, ja.’

*

‘Heeft iedereen de notulen gelezen? Wat? Niet bij je? O nou, als jullie even samen kunnen kijken, Hubert, Jannes en Annet. Ja zo, ja. En jullie ook, Hans en Julia? Ja, oké, zo ja.’
– ‘Ik heb nog geen notulen, Bert.’
‘O kijk even met Kornelis mee, wil je? Nou, laten we, gezien de tijd, even beginnen met de actiepunten.’
– ‘Nou, ik wil even door het verslag, Bert. Ik vind de eerste alinea niet helemaal goed verwoord.’
– ‘Ja, ik heb het niet gelezen, Bert.’
– ‘Ik ook niet, Bert.’
– ‘Ik ook niet! Geen tijd hoor!’
– ‘Eh ja, punt 6 is bij mij onduidelijk, Bert.’
‘Jongens laten we dan beginnen met het verslag van de vorige keer even door te nemen. Ik zal het ter plekke even verbeteren. Hè? Waar is de beamer, Fred? Jij zou toch even een beamer neerzetten?’
– ‘Eh ja. Sorry, Bert. Vergeten.’

*

‘Dan nu de actiepuntenlijst mensen. Wil jij de deur even opzetten, Jannes? O. hallo, Annemarie. Ja, laat de deur maar open, het is hier verrekte warm. Wat ben je laat, Annemarie. Ga gauw zitten. We hebben het verslag net verbeterd en beginnen net met de actiepuntenlijst.’
– ‘Nou ja. Iedereen loopt weg en de huismeester wilde de taartdozen van Epko niet opruimen, dus een vrouw zit daar weer aan vast, hè? Bedankt allemaal!’
‘Rustig nou maar, Annemarie. Ja, even rustig mensen! Even centraal graag!’
– ‘Trouwens, ik heb nog commentaar op de eerste alinea uit het verslag, Bert.’
‘Laten we dat even na de vergadering doen. Ik wil graag beginnen met de actiepuntenlijst. We hebben maar tot twaalf uur en het is al kwart over elf.’
– ‘Nou zeg, dan niet hoor.’
– ‘We hebben tot kwart voor twaalf, Bert.’

*

‘Mensen, oké. Laten we deze discussie afbreken. Ik meende dat Hubert eigenaar was van het actiepunt. Jannes, wil jij dit dan op je nemen en dit volgende keer rapporteren?’
– ‘Ja, dat moet dan maar, Bert. Als ik er tijd voor krijg.’
‘Let er op dat we een multidisciplinair draagvlak nodig hebben om tot een consistente oplossing te komen!’
– ‘Huh? Wat bedoel je Bert?’
‘Actiepunt vier, mensen. Even centraal graag! Hans, wat is de status?’
– ‘Huh? Wat bedoel je Bert?’
‘Ik vraag wat de status van het actiepunt is Hans!’
– ‘Ik wist helemaal niet dat ik een actiepunt had, Bert. Ik was er vorige keer niet eens bij omdat ik griep had! Leuk is dat, als jullie mij actiepunten geven als ik er niet bij ben! Lekker makkelijk!’
‘Ja, dat had je in het verslag kunnen lezen, Hans. Maar misschien had ik je mondeling even op de hoogte moeten brengen.’
– ‘Dat lijkt me wel, Bert!’
‘Rustig nou maar, Hans. Laten we afspreken dat je volgende keer de status even doorgeeft hoe het er mee staat.’
– ‘Ja, ja, ja, Al goed. Als ik er tijd voor krijg om iets te doen.’

*

‘We schuiven maar even door naar het laatste actiepunt. Julia?’
– ‘Sorry Bert, geen tijd gehad.’
‘Geen tijd gehad? Dat zei je vorige keer ook al. We hadden hier met z’n allen afgesproken dat dit actiepunt in ieder geval gereed zou zijn voor de volgende vergadering. Deze vergadering dus. Ik moet zeggen dat ik dit heel vervelend vind!’
– ‘Rustig maar, Bert. Ik zal proberen het eind deze week af te hebben. Ik moest ook een dag waarnemen voor Annemarie.’
– ‘Dat is waar, Bert, toen ik naar de dokter moest.’
‘Ik zet in de actielijst dit punt bovenaan en dan moet het echt de volgende keer klaar zijn.’
– ‘Oke, Bert.’
– ‘Zeg Bert. Even tijd voor een plas- en koffiepauze?’

*

‘Nou mensen. We zijn toe aan de rondvraag. Ik zie de schoonmaakploeg al in de gang. Iemand iets voor de rondvraag? Ja, Jannes?’
– ‘Zeg, Bert. Kunnen we deze vergadering niet eens in de twee weken doen, in plaats van een keer per week?’
 
 
meating