De ware

De uitspanning aan het water was in de loop der jaren het domein geworden van gekostumeerde heren die dure zakenlunches wegvergaderden, en gebruinde gezelschappen in de laatste zeilmode, wier ledigheid schijnbaar niet meer om handen had dan roze cocktails wegslurpen in de rieten loungesets die zich aan de waterkant bevonden.

Toch had ik juist hier afgesproken, uit praktisch-geografische overwegingen. Maar aangezien ik wat te vroeg was, bevond ik me in staande positie tussen de loungesets. Vroeger beschikte men over sigaretten om de onnozelheid van slechts staan te maskeren, maar aangezien de walmende tabakstokken danig uit de mode raakten was ik blij dat er tegenwoordig smartphones waren om de handen bezig te houden.

Ik stond nog maar net mijn onmisbaarheid te simuleren toen twee mannen en twee vrouwen voor mij plaatsnamen op een loungeset. Ze waren allen voorzien van sweatshirts over de schouders en achteloze zonnebrillen in het haar. De grap die de man met het pastelgele shirt maakte was zó gelardeerd met keelklanken dat ik me bijna verslikte in zijn aardappel. Toch bleek hij een uiterst sterke witz te hebben geplaatst want de andere drie personen lachten geaffecteerd.

‘Ja zeg,’ zei een der vrouwtjes schalks nalachend, ‘stel je voor Wim, dat Aleid hier voor je zou staan te koken, hôh hôh hôh.’
Wim lachtte mee op een wijze die mij naar lucht deed happen. Ik wilde net weglopen toen mijn blik op Aleid viel. Ze detoneerde enigszins, ze miste het benodigde dédain van nature. Opeens wist ik het. Aleid, natuurlijk. Het meisje uit de Indische Buurt.

Ze was tenger, nog steeds trouwens. Op school blonk ze uit in conformisme, een stil meisje op de achterste rij, waarvan veel mensen de naam niet eens wisten. Samen met andere nihilisten op het gebied van geldingsdrang deed ze haar dingen die aan luidruchtige trendsetters totaal voorbij gingen. Ze viel zo weinig op dat niemand haar miste toen ze van school was en mensen elkaar vroegen ‘Wie is dat?’ toen de lerares Nederlands vertelde dat ze was vertrokken naar een secretaresseopleiding.

En daar zat ze. Met Wim. Het zou me niet verbazen als ze hem, al dienend, verleid had tot inhalig gedrag, toch al zijn meest prominente eigenschap. Maar op dit gebied heb ik het zelden bij het rechte eind.

‘Vorige maand héb ik toch een keer voor je gekookt, Wim,’ zei ze. Iets te zacht en haar lach was net te verlegen.
‘Jaaa!’ riep Wim. Jammer dat hij net een toastje met garnalenconfiture in zijn mond had.
‘Ach Aleid! Nee zeg! Je méént het! Je hebt voor Wim gekóókt? Wat moest hij daarna voor je kopen?’ riep de eerste vrouw neerbuigend. Aleid werd paars in het gezicht. Wim keek verveeld.
‘Maar je vond het toch lekker, moppie?’ vroeg ze aan Wim.

‘Getverdem-me!!’ riep Wim, keihard. Ergens kletterde een vork op de grond en de watervogels hielden even op met kwetteren. Veel hoofden keken naar Wim.
‘Zeg nóóit ‘moppie!’ Dat dóe je toch niet zeg? Getverdemme! Ik lijk Pantoffel Pedro wel. Moppie. Gétver!’
‘Nee zeg,’ zei de op het oog futloze man naast hem.

De vogels kwetterden weer. Hoofden wendden zich ontgoocheld af. Ans gierde het inmiddels uit, met een hoge lach die deed denken aan een droge scharnier. Wim verplaatste zijn gewicht naar de andere helft van zijn bilpartij en leunde naar de futloze man, die het begrip ‘figurant’ hernieuwde inhoud gaf.
‘Sherry, Berrie?’ vroeg Wim.

Aleid keek uit over het water. Haar ooghoek was erg vochtig. De watervogels stegen als één vogel op en scheerden laag over het water weg. Lang keek Aleid ze na. Wim zei iets en Ans en Berrie lachten opnieuw een bombastisch salvo.

Arme Aleid, ze leek me niet gelukkig. In een interview zei Johan Cruijff eens:
“De waarheid is nooit precies zoals je denkt dat hij zou zijn.”
Voor Aleid zou ik willen zeggen:
“De ware is nooit precies zoals je denkt dat hij zou zijn.”