Coaching for dummies

Hij kwam op bezoek. Toen hij tegenover mij plaatsnam viel me de spijkerbroek op. Ik kende hem al jaren en het maatpak was toch een van zijn troeven. Zijn corpulentie werd er ook mooi mee weggewerkt, als kruimels onder het kleed. Het colbertje droeg hij nog wel, maar nu van een joliger snit. De corpulentie paste daar dan wel weer bij.

Manager was hij geweest. En hoe. Galmend voor de groep, met veel mening en hoekige betogen. Met gezag ook. Veel managers kunnen zó op de kansel, inclusief vingerheffen en de joligheid voorzien van een randje van in zware klei gebakken zekerheid van het eigen gelijk.

Want managers hebben vaak gelijk. Ook als ze niet gelijk hebben. Als managers niet gelijk hebben wordt de te percipiëren werkelijkheid zodanig verbogen dat het individu met een toch nog afwijkende waarneming buiten de groep valt. Dwalende eendenkuikens zwemmen dan snel weer naar moeder. Want ook moeder heeft altijd gelijk en de kinderschare is homogeen.

Maar hij was geen manager meer. Het aanvankelijke gedonder met ‘verantwoordelijkheden terugleggen bij medewerkers’ had hij aanvankelijk blasé weggeblazen, maar na een aantal jaren en veel managementartikelen later was er geen ontkomen meer aan. De grote fabriek waar hij werkte verving rücksichtlos alle managers door coaches. Met een pennenstreek weliswaar, omdat de mensen die dáár weer over gingen gewoon manager bleven.

De meeste managers werden echter coaches. Mét spijkerbroek en een gemakkelijk zittend colbertje. Erg gemakkelijk voelde hij zich overigens nog niet. Hij schoof onrustig heen en weer.
‘Emotie is waardevol,’ zei hij na mijn verhaal over een medewerker die moest huilen, ‘emotie geeft je een kans om te laten zien wat je voelt. De ander kan daarop acteren.’
Ik schoot in de lach. De tekst had hij volgens mij gisteravond bij de tweede kop koffie na het eten gelezen in ‘Agile coaching for dummies.

Even later sprak hij over een medewerker die thuis problemen had. De man kon de zware arbeid in de fabriek blijkbaar even niet aan. ‘Ik pak dat dan op hè? Ik ben jarenlang manager geweest en heb daar veel ervaring mee,’ sprak hij. Nog steeds met die ijzeren zekerheid. ‘Ik snap trouwens niet hoe we alsmaar mee kunnen deinen met iedereen die ziek, zwak of misselijk is,’ vertrouwde hij me vertwijfeld toe, ‘we zijn toch wél een bedrijf, geen sociale werkplaats.’

Ik lachte opnieuw. Maar dat kwam omdat ik over zijn schouder keek en twee van míjn collega’s zag die elkaar een schop voor de kont gaven, luid lachend. Honden kunnen zo doordringend keffen. De collega’s konden het ook. Er viel een achtergebleven koffiebekertje van een belendend tafeltje door hun wild gedrag. De koffie zat ze tot in het kruis van de korte broek. Ze zagen mij lachen en gaven mij een obsceen gebaar cadeau.

Hij keek om. Bekeek het tafereeltje misnoegd. Zich weer terugdraaiend meldde hij: ‘Gepaste kleding op het werk lijkt me hier nog wel een dingetje. Op je werk kun je je toch professioneel kleden. Kijk, wat je thuis draagt moet je natuurlijk zelf weten.’
Ik lachte. Ik zag hem al voor me, met pyjama-colbert.
‘En pik jij dat? Die gebaren?’ vroeg hij, mij vorsend opnemend.
‘Ow, ze hebben lol,’ zei ik zwakjes.
Hij bekeek me met andere ogen.
‘Je ben wel verslapt,’ zei hij zuur, ‘zo ken ik je niet. Ik zou dat niet pikken. Zeker niet met de komende beoordelingsronde.’
‘Ow, we doen een experiment met beoordelingen in de retrospective,’ zei ik enthousiast, ‘al die beoordelingen van elkaar cumuleren we als het ware. Dat doe ik dan. Met een minimaal sausje, vooral om eventueel negatief groepsgedrag te vermijden.’
Hij keek me aan alsof ik net een wind liet.

‘Nou, we gaan weer aan het werk dacht ik,’ rondde hij even later af, ‘van zitten kletsen om niks worden wij of de klanten niet beter, haha. Bovendien moet ik wat declaraties goedkeuren en die wil ik eerst even terdege onderzoeken.’

Hij beende weg. Ik keek hem na. Voor hem vond ik het bijna jammer dat het directieve leidinggeven aan het verdwijnen is. Bijna jammer.

Voetbaltrainers noemen we ook wel ‘Coach,’ hoewel ze louter lijken te dirigeren. Managers lijken wel wat op voetbalcoaches. Ze stellen mensen op en geven ze bepaalde taken. Ze geven hele duidelijke verwachtingen mee over het functioneren, dat nog het meeste weg heeft van kleuren binnen de lijntjes. Een positie kent een of meerdere taken. Dat zijn andere taken dan de speler op een andere positie. T-shaped werken lijkt nog ver weg in het voetbal, maar ook op sommige werkvloeren.

Managers worden niet zomaar coaches die mensen begeleiden, met empathie voor de medewerker als belangrijkste vaardigheid. Het vergt een andere basale houding, het loslaten van het sociale construct dat niet de manager maar de medewerker een uitverkorene is. En dat luistert nauw. Een coach kan natuurlijk best leidinggeven, maar met minder eigendunk en dedain. Lao-Tse zei het zo mooi: ‘Een leider is het meest effectief als mensen ternauwernood weten van zijn bestaan. Als zijn werk erop zit en zijn doel is bereikt, zullen ze denken dat zij het zelf hebben gedaan.
Hoe waar.