Donderdagmorgen. Een schooltje in zomaar een stad. Juf staat voor de klas met het zweet op het hoofd. Die kinderen zijn maar moeilijk in toom te houden vandaag. Alle veertig zijn ze ook weer aanwezig, de griepgolf is voorbij helaas.

Gelukkig zijn het er al minder. De kinderen die per ongeluk een paar keer niet zindelijk waren zijn vorige week door het schoolhoofd doorverwezen met de mededeling: ‘Deze kinderen kunnen nog niet in het reguliere onderwijs worden geplaatst’. Juf vindt het wel sneu en ligt er ’s nachts wakker van. Maar tijd om bipsen af te vegen is er helaas niet.

Collegajuf is vorige maand net wegbezuinigd, het is wel even wennen. Maar juf verheugt zich al wel op de klassenassistent, die morgenvroeg weer aanwezig is. Ze veegt een haarlok opzij en maant zuchtend de kinderen op de stoeltjes te gaan zitten en vooral ook te blijven zitten. De meeste kindjes doen dat. Zijn braaf. Gehoorzaam. Volgzaam. Luisterend. Gewillig. Beïnvloedbaar. Conformistisch. Anderzinnig. Noem maar op. Goede kwaliteiten. Beste kinderen.

Helaas zijn er ook een paar raddraaiers. Kinderen die aldoor opspringen. Wild doen. Niet willen luisteren. Eigenzinnig. Speelgoed voor heel andere dingen gebruiken dan waarvoor het is ontworpen. Juf moet daar dan achteraan. Moet er wat van zeggen. En daarvoor is eigenlijk geen tijd.

volleklasEen enkel kind is nog erger. Zo’n kind wil helemaal met niks meedoen, kan niet stilzitten en is constant met de hele grote groep in de weer. Het lijkt wel of dat kind zo’n grote groep helemaal niet aankan. Het heeft zo’n aandachtsstoornis, waarvoor ze elke vijf jaar een andere term verzinnen. Zo’n kind kon vroeger al ‘niet in het reguliere onderwijs worden geplaatst.’ Soms, met wat medicatie, maar meestal niet. Tegenwoordig geeft de school onderwijs op maat, waarbij elk kind in elke klas kan zitten. Juf vindt dat toch niet zo’n goed idee achteraf.

Vroeger gingen kinderen ‘die niet in het reguliere onderwijs konden worden geplaatst’ naar speciale schooltjes, die daar speciaal voor waren. Er zijn nog maar een paar van die schooltjes over want iedereen krijgt nu onderwijs op maat. Geld voor speciale scholen is er eigenlijk niet meer. De paar speciale schooltjes die nog over zijn, zijn nu ook overbevolkt geraakt. Er zitten nu zelfs kinderen thuis. Want de school vindt het aantal kindjes dat teveel aandacht vergt niet passen bij de beschikbare leerkrachten. Onderwijs op maat wordt daardoor in praktijk ondoenlijk. De school meldt dan ‘dat het kind niet in het reguliere onderwijs kan worden geplaatst,’ en verwijst de ouders door naar die speciale, overbevolkte schooltjes. Die hebben dan een wachtlijst en de kindjes kunnen thuis wachten op plaatsing.

Juf kijkt naar de groep. Veel kindjes zijn inmiddels bezig met een opdracht die ze lekker rustig houdt. Over de vijf kinderen die niet zo goed meedoen wordt morgen vergaderd. Het is niet verbeterd na overleg met de ouders. En pillen willen de ouders niet geven. Bijna elke les is juf met deze kindjes bezig waardoor veel andere kindjes maar wat aan zitten te klooien.

Ze is treurig. Omdat ze van alle kinderen houdt. Ook van de wilde. Maar met grote groepen waar je alleen voorstaat en er dus alleen voor staat moeten de kinderen wel een beetje mee kunnen doen. Soms is ze wel bezorgd over wat voor soort kinderen ze zal afleveren. Kinderen die alleen maar goed kunnen luisteren en zich goed kunnen conformeren waarschijnlijk.

Juf zucht nog een keer. Het is inmiddels mooi stil in de klas. In de stilte zoemt een grote vlieg. Langs het plafond vliegt hij richting het openstaande raam en vervolgens de wijde wereld in.