Bedrijfsrestaurants zijn plekken waar je karakters kunt lezen. Tijdens de lunch houd ik nauwgezet in de gaten hoe mensen eten. Als je goed oplet, kun je zien hoe mensen zich na de lunch zullen gedragen.

Daar komt de chef met de lunchartikelen netjes op het dienblad. De eerste boterham wordt precieus besmeerd met boter. Elk hoekje wordt netjes bedekt. Daarna volgt de filet américain, dat dezelfde behandeling krijgt. De man bekijkt het resultaat met de neus vlakbij de boterham. Na het minutieus strooien van enige korreltjes peper vangt het eten aan. Eerst worden keurige symmetrische stukjes gesneden, waarna deze keurig worden fijngemalen door een goed onderhouden gebit.

Kijk, dat deze man een uur later een beoordelingsgesprek voert, waarbij hij het behaalde resultaat als ‘onvoldoende’ aanmerkt en hierbij wijst op het op een komma na niet halen van een target, zal niemand verbazen. Tegenargumenten zijn dan ook zinloos. Was deze man voetbalscheidsrechter, zou hij het spel doodfluiten na elke lichte overtreding.

Komt echter Mulder het restaurant binnen met een dienblad, waar halverwege de eetzaal een appel afrolt, en een bord kletterend stukslaat op het linoleum, zal het duidelijk zijn dat het hier geen man van punten en komma’s betreft. Aan tafel zien we vleeswaren en vis dwars door elkaar liggen op het bord, om vervolgens de vermenging van deze etenswaren openlijk te aanschouwen bij het gesprek dat Mulder luidkeels met volle mond voert. Een gezellige collega, die echter een chef nodig heeft die gemoedelijk bijstuurt bij een dreigend van de weg raken.

De Vries komt haastig langs met een pakje melk. Hij neemt niet plaats aan tafel maar spoedt zich terug naar de werkplek, waar de bammetjes in een plastic zakje liggen te wachten. De Vries is onlosmakelijk met het werk verbonden, richt zich op serieuze taken en vindt het gezwets aan tafel van collega’s maar niks. Hij gaat vanavond vroeg naar bed en is morgenvroeg om zeven uur weer present.

Annelies gaat zitten. Op haar dienblad bevinden zich groene thee en salades. Haar odeur verraadt een principieel bezwaar tegen het gebruik van zeep. Als ze zwaait naar een passerende collega verraden haar zwaarbegroeide oksels nog meer bezwaren. Annelies gaat vanavond naar de inspraakavond op school en is lid van de OR, tot verzuchting van de directie.

Daar passeren Gerrit, Theo, Annet en Van Epscheuten. Schielijk hebben ze de net gekochte boterhammen in papieren zakken verpakt. Ze eten tijdens de wandeling in het park. Het is slecht weer, maar de wandeling moet doorgaan. Ze willen fit blijven. Gezonde werknemers die een voorbeeld zijn voor het gezonde bedrijf.

Zorgwekkender is Zwaalstra van de financiële afdeling. De kracht waarmee de man de schillen van de sinaasappel rukt, doet een verbetenheid vermoeden die menig leverancier tot wanhoop zal drijven. Er tekent zich een plas vruchtensap op het bord af. Na het eten zet hij het bord aan de mond, om ook dit sap te nuttigen. Een man die gaat tot het uiterste.

Naast hem zit Els, de secretaresse van de afdeling, die de vingers aflikt bij elk hapje van eenzelfde vrucht, rozig en hijgerig gevolgd door de man van de postkamer tegenover haar, die het lekkerste stukje gehaktbal op de rand van het bord heeft bewaard voor het laatst. Ik zou niet graag alleen met hem in de postkamer staan geloof ik, zeker niet als ik Els was.

Ongetwijfeld zit ik er met mijn beslommeringen weer helemaal naast en heb ik een overspannen fantasie. Toch eet ik maar niks. De mensen zouden eens denken…