Ethiek & cultuur

Algemeen
De verschillen tussen moraal en riten tussen groeperingen onderling is een apart vraagstuk waarin men de vergelijking zou kunnen trekken. Integratie tussen groepen is echter ook een serieus onderwerp, waarbij de vergelijking er minder toe doet terwijl processen als inkapseling en uitsluiting van meer belang zijn. Boven is integratie actueel en wordt er met steeds minder schroom over gesproken. Het gezichtspunt van integratie kan maatschappelijk zijn of publiekrechtelijk. Elke behandeling van integratie bevat ook persoonlijk inzicht ipv puur beschouwend. Een ethische benadering vraagt ook meer; hoe te handelen, te leven? (nooit een eenduidig antwoord op te geven). Een sociaal-maatschappelijke benadering volgt meer processen, schijnbaar los van normeringen.

Talige integratie
Taal is een kenmerk van cultuur. Is een taal binnen de samenleving normatief opgelegd en ligt het voor de hand integratie hieraan af te meten? Het ontmoeten van een andere taal leidt sws tot aanpassing. Een minderheidstaal handhaaft zich bij een dekking van ong. 70%. In andere gevallen vervreemdt een tweede en derde generatie zich. Isolatie bevordert dit proces echter niet, weerstand tegen integratie evenmin. Het gaat in het laatste geval niet zozeer om de integratie als wel om het inleveren van eigen cultuur. Ook het gebruik van gaal tov status bv is in het Nederlands slecht terug te vinden, in andere culturen ligt dit anders. Daarmee wordt talige integratie maatwerk.

Maatschappelijke integratie
Onderlinge afstemming staat in de basis van de maatschappij. Deze basis is dun, volgens Hegel. Onderlinge afstemming over een betaling spreekt geen etnische verschillen aan. Economische markt is echter het hart van de samenleving en moeilijk buiten de deur te houden. Alleen vanuit de 19e eeuwse optimistische traditie komt wel een individualistische moreel-totaliserende kracht voort. Habermas schetste echter een overlegdemocratie, waarbij verplichting tot integriteit een van de voorwaarden is. Het is bedoeld als een model voor geslaagde communicatie maar kent verder weinig inkapseling, voorwaarden en richtlijnen. Dit communicatie-ideaal staat opnieuw wel in de belangstelling maar spreekt echter niet vanzelf. Ook binnen de westerse cultuur zijn voorbeelden van isolatie en autarkie. Lévi-Strauss beschouwt integratie als nivellering van kwalitatieve verschillen en verzoening van tegenstellingen. Waar de ligt de waarheid, in het ideaalbeeld van Habermas of de splendid isolation van Levi-Strauss? Het antwoord ligt misschien in tijd, groeperingen die de tijd krijgen zelf de uitdagingen van multiculturele verschillen te beantwoorden.

Politieke integratie
Veel politieke integratie werd per oorlogsrecht geregeld. Een overwonnen volk werd ingelijfd en aan regels onderworpen, maar werd verder niet vervolgd. De politiek beoogt met integratie een oplossing voor een probleem dat ze eerst zelf schept. Studies tonen overigens aan dat voor expansie etnische verschillen niet erg belangrijk waren. Nationalisme wakkert integratie dwingender aan. Eén natie, één geest, één taal. Zo ontstond een proces van in- en uitsluiting. Insluiting voor inwoners verspreid over de wereld. Uitsluiting voor binnenlandse groepen die zich niet laten integreren. De Joodse status was bijvoorbeeld wisselend diffuus maar door het nationalisme werd de grens expliciet. Het nationalisme maakt van het eigen volk een idool, niet zozeer de natie op zich. De eenheid van een natie moet met politieke integratie te maken hebben, een dunne integratie die forse culturele verschillen niet uitsluit. Een politieke binding met dezelfde regels voor iedereen. Daarnaast moet je wel saamhorigheidsbesef stimuleren.
De moderne democratie stoelt op principes van gelijkheid en groeide daarmee ongemerkt uit tot een morele maatstaf voor verhoudingen als een fusie tussen politieke en ethische maatstaven. Als vrijheid dan symmetrie is dan willen we dus symmetrische relaties. Als de democratische verhoudingen ontbreken spreken we al snel over discriminatie (bv SGP of islamitische scholen).

Publiekrechtelijke integratie
Het algemene belang wordt op algemene publieke wijze bevorderd. Daartoe zijn er rechtsgronden voor de overheid. Dan ontstaat een publiekrechtelijke integratie. Maatregelen die het algemeen belang dienen zonder dat ze zelf een algemeen karakter bezitten vallen hier niet onder. Bv een inburgeringscursus voor bepaalde groepen terwijl anderen dit niet hoeven te doen zonder goede reden.
Ook publiekrechtelijke integratie is een dunne integratie: alle bevolkingsgroepen vallen binnen 1 rechtsbestel, zonder nadere eisen. Toch harmonieert dit deelbelangen. Bezit wordt gewaarborgd bv. Bescherming van eigendom en integriteit; vereisten voor een samenleving. Cultuurspecifieke zeden en gewoonten blijven ongemoeid zolang ze niet indruisen tegen de rechtsorde. Echter blijft ongelijkheid binnen deze benadering ook bestaan zolang ze het politieke domein niet raken.

Morele integratie
Nietzsche introduceert ressentiment. Dit drukt een verongelijkte houding uit uit een besef tekort te zijn gekomen met een natuurlijk recht op compensatie. Door de zoektocht naar compensatie ontstaat alleen nog het nemen, er iets niets meer om te geven, er is geen ruimte meer voor de ander. De multiculturele samenleving heeft het ressentiment aangewakkerd door die vermeende achterstelling. Talige, maatschappelijke of politieke integratie zal ressentiment niet doen verdwijnen. Een antwoord zou zijn dat alles wat gegeven is en in dankbaarheid ontvangen is ook deelbaar kan zijn met anderen, ook met allochtonen. Dankbaarheid staat centraal. Zonder deze welwillendheid zal integratie publiekrechtelijk en kil blijven, gericht op zelfbehoud met veiligheid als hoogste waarde.

Religieuze integratie
Groeien welwillendheid en dankbaarheid alleen langs religie? Niet per se positief. Religie behelst vaak of goed of slecht. Aan de andere kant verbindt religie en predikt eenheid en solidariteit waardoor dankbaarheid en welwillendheid worden gevoed.

Ethische stromingen
Een teleologische aanpak is niet per se onmogelijk. Door integratie als hoger doel te formuleren op een transparante vrije samenleving zal dit de lopende integratieprocessen bevorderen.
Een deontologische aanpak kan de zin van politieke plicht om binnen de grenzen van de rechtstaat ruimte te bieden aan andere groeperingen.
Een aanpak gebaseerd op instituties (maatschappelijke verbanden, politiek, natie, kerken) past ook binnen de aanpak.
Contractualistische aanpak werkt als de nadruk op het verbinden ligt en niet op het mogelijke ontbinden. Asymmetrische relaties (vorst/minister, vader/zoon) vormen weliswaar een hiërarchie maar houden elkaar ook in evenwicht door wederkerigheid. Mandaat is hier contract. Maar ook de juistheid van de hogere kan worden betwist.
Constitutieve regels. Bepalen het spel. De normen die bepalend zijn voor een samenlevingsvorm, die verantwoordelijkheid bepalen. Het ‘behoren’ te zorgen voor de kinderen bv. Wat is echter constitutief en wat is regulatief, door dit na te gaan kom je tot het eigene van een institutie. Watbis van constitutieve betekenis en wat is een nevendoel.
Algemene instemming (Rawls) Is nodig voor procedurele regels. Een dunne vorm van overeenstemming want dieper uitgewerkt leidt die tot principiële verschillen. In een plurale situatie is een stabiele samenleving dan mogelijk is. Rawls blijft echter een dunne variant uitwerken met publieke zaken op de voorgrond en religieuze, metafysische en morele zaken op de achtergrond. Juist deze achtergrondovertuigingen zullen echter het ethos van de samenleving kunnen vullen. Rawls zal dan waarschuwen voor conflicten, maar er zal geen andere weg zijn. Toon uitdaging aan elke groepering om bij te dragen.