05-2014. Vroeger stond opoe zeer argwanend tegenover de komst van de televisie; een duivelse knetterkast die ledigheid als oorkussen bracht. Ome Cor vond het maar gek dat je met elkaar kon bellen vanuit Spanje en menigeen verbaasde zich over machines met een centrale verwerkingseenheid. Het gebruik van een mobiele telefoon werd nog niet zo lang geleden gnuivend weggewoven. Zoetsappige voorbeelden van de invloed van technische uitvindingen op het dagelijks leven.

Zoetsappig of niet, ook tegenwoordig brengt voortgang in de techniek zo niet onbehagen dan toch discussie teweeg. Er is ook wat voor deze argwaan te zeggen. Techniek verandert het leven snel. Alleen al het voorbeeld van de televisie deed ons verwijderen van canasta en ganzenbord en bracht ons samen, starend op de bank. De computer verwees veel administratieve banen naar het verleden. Recenter doemen vragen op over technieken die ons vervangen, bespieden, ons lichaam verbeteren of dupliceren of die ons in staat stellen van alles zelf te fabriceren, van vaasje of sieraad tot pistool, paspoort en superbacterie.

Basaal gaan de kritiek en de angst erom of we ons willoos moeten onderwerpen aan alle nieuwe uitvindingen, dat het steeds gekker wordt, dat de techniek de mensen een levensstijl opdringt en de vraag of bepaalde technische ontwikkelingen en uitvindingen niet verboden zouden moeten worden.
Ethische aspecten dus.

Aspecten die toch niet nieuw zijn. Reeds in de 19e eeuw spraken sommige filosofen al van de vervreemdende rol die techniek in ons leven speelde, minder acht slaand op de nieuwe mogelijkheden. Sterker nog, ook toen ontstond de mening dat je ontwikkelingen moest remmen. De voornaamste basis voor deze kritiek is dat onze autonomie en authenticiteit beperkt worden doordat de techniek de omstandigheden bepaalt. Van de warmte in de woonkamer en de telefoon die overgaat tot de iPad die het onderwijs verandert. Zorgrobots die zorgen zonder gevoel, bejaarden die aan het bed gekluisterd worden met een Virtual Reality bril en, extremer, een persoonlijkheidsverandering door implantaten, genetische ingrepen en kunstmatig weefsel. Het gaat erom in hoeverre de relatie tussen mens en techniek een rol speelt ten aanzien van interpretatie, kennis, cultuur en sociale contacten.

Die relaties zijn er velerlei. Google Glass lijven we letterlijk in, als verlengstuk van onszelf. Virtual en Augmented Reality rukken op. In allerlei functies verwerken we technische output van een proces of een apparaat, waar we mee interacteren, tot werkelijkheid. Zoals we zagen is techniek zowel op de achtergrond als op de voorgrond aanwezig, waardoor we ons gedrag aanpassen, en in het meest extreme geval opnieuw vormgeven.

Hadden opoe en ome Cor dan toch gelijk en worden we geleefd door de techniek? Nee, dat ligt genuanceerder.

Enerzijds is techniek niet slechts een dienend middel, anderzijds ondergaan we ook geen determinatie (in filosofische zin) door technologie. We zíjn juist zelf de techniek, het is een deel van onszelf. Het heeft ons in de evolutie succesvol gemaakt. Doordat eerste mensen een vuistbijl ontwierpen kwamen we vooruit in de evolutie. Door een soort collecief cumulatief geheugen bouwen we steeds voort op vorige uitvindingen. Van vuistbijl tot kernkop. Van ponskaart tot QR-code. Op elk gebied, in elke vorm van de genoemde relaties.

Maar het blijven relaties. Mensen hebben intenties die ze, in een bepaalde vrije verhouding tot beperkingen en invloeden, uitvoeren. Hoewel films anders suggereren doet technologie daarentegen niet iets vanuit een bewustzijn. Technologie geeft wel richting, maar niet zonder de intentionaliteit van mensen. De relatie, de samenwerking tussen mens en techniek, geeft wel intentionaliteit. Zo is beslissen een complex van techniek en menselijkheid.

Mensen hebben ook moraliteit. Moraal is het geheel van waarden. Waarden zijn voorstellingen van het goede, dat we willen nastreven. Normen zijn de regeltjes om de waarden te bereiken.
Techniek heeft, naast het ontbreken van intentie, ook geen moraal. Techniek kan wel helpen om moreel te handelen, de normen te hanteren. Deurdrangers, verkeersdrempels en camera’s, maar bijvoorbeeld ook bepaalde pillen en zelfs de genoemde televisie, helpen ons moreel gedrag te vertonen. We doen de toiletdeur netjes dicht, rijden langzaam bij kinderen, we stelen niet, we gaan niet onbeheerst uit ons dak en we zwerven niet de hele avond in groepen over straat.
Als een soort gedelegeerde moraliteit geeft technologie mede vorm aan dit handelen. Mede. Een 3D-printer print niet uit zichzelf, maar in opdracht van ons. Zo’n ding kan een vaasje printen, of een pistool. Het is maar wat je wilt. Maar daarom is de 3D-technologie nog niet slecht of gevaarlijk.

De samenwerking tussen onszelf en technische middelen maakt ons wie we zijn, dat prinicpe is onomkeerbaar. Technologische ontwikkelingen zijn niet te stoppen, ondanks welke afkeuring of welk verbod ook. Het zit in de uitvindende natuur van mensen om verder te ontwikkelen. Deze voortdurende ontwikkeling is dus een feit, het is onrealistisch te denken dat dit mondiaal tegen te houden is. Genetische manipulatie zal mogelijk zijn. Een 3D printer zal iedereen hebben, mensen zullen we kunnen klonen. Misschien niet in Nederland, maar misschien wel ergens anders.

Ethische aspecten zullen in toenemende mate een rol spelen in onze samenwerking met de techniek. Zoals gezegd helpt techniek bij moreel handelen, maar zal ons ook in staat stellen voorbij waarden te gaan die nu heersen. Door het gebruik van techniek en de daarmee gepaard gaande veranderingen kunnen we ook waarden vergeten.
Elke ethische overweging past echter in een bepaald tijdperk. Daarom zullen we met de toenemende mogelijkheden enerzijds onze waarden moeten bijstellen of nieuwe waarden moeten formuleren.

Anderzijds zullen we het gebruik van de uitkomst van specifieke ontwikkelingen wellicht reactief moeten beperken of veroordelen, verbieden zelfs. Kijkend vanuit de gevolgen voor het individu, maar ook wat we als samenleving belangrijk vinden. Hoewel naleving van die waarden niet altijd makkelijk zal zijn. Het gebruik van kernproeven is traceerbaar, een genetisch gemanipuleeerde komkommer of, in extremis, een gekloonde mens zal minder makkelijk te achterhalen zijn.
Zoals ook in het verleden gold is de technische ontwikkeling bepalend voor onze toekomst. Pogingen om ontwikkelingen te verhinderen of te verbieden zullen op niets uitlopen. Tijd lijkt hier een cruciale factor. Versneld en onbeheersd invoeren van technische middelen zal kunnen leiden tot het vergeten van waarden of ons op een pad kunnen leiden waar geen weg terug is. Het gebruik van techniek, in samenwerking met de mens, blijft echter een ethische keuze, die leidend blijft. Waarbij aantekenend dat het creëren van mondiale waarden geen sinecure is.
 
 
juni 2016 – in ingekorte en iets gewijzigde vorm gepubliceerd in het jubileumboek van de Internationale School Voor Wijsbegeerte (ISVW), ISBN 978-94-91693-89-2.