Functioneer je eigenlijk wel? Ja jij, ja. Ik zie je wel gaan elke dag. Licht aandoen ’s morgens. Vijf volle minuten op de bedrand zitten staren. Plassen. Wassen. Aankleden, de kleren hingen al klaar. Haastig een broodje happen. Hè, de koffie weer lauw laten worden. Gauw de kinderen een aai over de bol, de kus voor je vrouw is reeds lang geleden wegbezuinigd. De jaspanden wapperen, je had ze nog bijna tussen de deur. Haastig trok je ze mee, anders zou je maar vallen misschien. Dan ben je op weg.
Het intro van de dag.

De base-drum volgt al snel. Op het werk dreunt hij het dagelijkse ritme. Eerst weer koffie. De stoel weer in de hoge stand, hij stond nog in de middagstand. Goedemorgen, heb jij ook gesport gisteravond? Mailtjes beantwoorden. Rapportje tikken. Vergaderen. Koffie drinken bij het apparaat. Nog even wat nazoeken. Stiekem even internetten. Met de kleren aan op de WC zitten en hannesen met je mobiel. Daarna terug naar de kamer en nog even wat mailtjes beantwoorden. Hè, hè, dan eerst even lunchen. Tafel links achterin. Een ommetje in het park. Ja, bij mooi weer weliswaar.

Snerpende gitaren volgen in de middag. Het hoogtepunt van het dagelijkse nummer. Leven in de brouwerij. Haastige mensen en rode koppen. Afschuiven van de verantwoordelijkheden tijdens de escalatie. Wie zou ook al weer wat doen en waarom is het niet gedaan. Dreigende woorden en de chefs komen eraan te pas. De steek in de rug door de verwijzing naar de komende functioneringsgesprekken.
Functioneer jij eigenlijk wel?

Onderuitgezakt in de auto terug naar huis. De handelingen van het rijden gaan automatisch. Je ogen zijn groot, je hoofd is leeg. Je handen zijn koud. Alles gaat automatisch. De kus voor je kinderen, de informatie-uitwisseling met je vrouw over het werk. De kapotte broek van je dochter. Extra kosten voor school. De koffie is weer duurder.

Ja! Je functioneert! Alles doet het. Je bent best gezond, beetje te zwaar, maar ach, dat zijn we allemaal. Je hebt in ieder geval een baan. Je past op je tellen. Je slikt de onzin van je baas. We doen het toch wat zuiniger aan. De vakantie doen we dichterbij en een nieuwe auto doen we pas over twee jaar. Maar zittend op de bank staar je naar buiten. Het stuk speelgoed dat je per ongeluk tegen je hoofd krijgt voel je amper.

Een beweging voor het raam van de postbode op de fiets leidt je echter af. Het is een nieuwe postbode, je hebt hem nog nooit eerder gezien. Je kijkt hoe de man de post pakt en hulpeloos om zich heenkijkt. Hij ziet geen brievenbus. Hij staat met de post in de hand en kan het niet kwijt. Dan ziet hij je zitten.

Je wijst naar het bosje waar de postbus verdekt staat opgestelt. De postbode lacht en doet de post erin.

Dan wordt het allemaal helder wit. Je springt op van de bank, je ziet het. Geen post ontvangen zonder postbus. Geen belastingaanslag, oke. Maar ook geen felicitatiekaart. En aangezien je voor het goede gaat, iedereen voor het goede gaat, zie je dat goeds wordt gebracht als je klaar bent te ontvangen. En volgens mij ben je er klaar voor!

Je grist de telefoon uit de handen van je vrouw en drukt haar een kus hard op de mond. Je belt het telefoonnummer onderaan de vacature die je gisteren las en triest had weggeklikt; toch geen kans. Je hebt zó’n warmte en enthousiasme in je stem dat je op gesprek mag. Als een niet te stuiten vulkaanuitbarsting stroom je over van levenslust en schudt je de lamsgeslagen leegheid van je af. Weg met dat trieste journaal. Donder op met remmende chefs en zuigende collega’s, die elk graantje voor je neus wegpikken. Ook weg met die boksbal die je zelf bent. Goeds wordt gebracht als je klaar bent te ontvangen. En volgens mij ben je er klaar voor! Verander. Weg met die consolidatie. Durf eens wat.

Functioneer jij wel?

 
 
 
Gepubliceerd op Lerende Leiders