Ik wil graag een nieuw rijbewijs, want het oude is bijna verlopen. Opgewekt betreed ik het gemeentehuis. De draaideur stopt zonder aanleiding middenin de draai, zodat ik krachtig met het voorhoofd tegen het glas bonk. Verdwaasd loop ik naar de balie. Achterom kijkend zie ik louter lege stoelen. Ik ben de enige klant gelukkig, want ik heb enige haast.

Alle bezoekers eerst hier melden, maant een truttig bordje op een staander. Achter het loket waar ik mij eerst moet melden zit een mevrouw, die eigenlijk graag nog liever juffrouw is, maar zich neergelegd heeft bij het onvermijdelijke. Ze hangt wat met het bekken en de schouders naar voren op de bureaustoel. Een zittend vraagteken.

‘Goedemorgen, ik wil mijn rijbewijs verlengen,’ meld ik de mevrouw. Ze verandert niet van houding maar brengt haar arm omhoog, waar een horloge aan blijkt te zitten. Ze houdt het horloge vlak voor haar ogen, zodat ik inschat dat de bril in zicht is.
‘Nou dat kan dan nog nét,’ zegt ze zuur, ‘het is bijna twaalf uur.’
Ademloos kijkt ze me aan. Daarna kijkt ze twee stoelen naar rechts, waar haar collegaatje zit. Het collegaatje kijkt terug. Uitdrukkingsloos.
‘Dank u,’ zeg ik maar, na enige tijd. Het blijkt voldoende te zijn.
‘Heeft u het oude rijbewijs wel bij u, én een pasfoto?’ vraagt de mevrouw. Haar hand zweeft boven een apparaat, dat in staat is papiertjes op te hoesten waar een nummertje op staat. Mijn antwoord hangt als een zwaard van Damocles in de lucht.
‘Ja!’ roep ik. Iets te hard weer eens.

De mevrouw schrikt een beetje en met een zucht produceert ze het nummertje. Het collegaatje geeft een hoog geluidje, dat het midden laat tussen een lachje en een nies.
‘U kunt daar even wachten.’ De mevrouw wijst naar een grote tafel.
‘Als uw nummer verschijnt op het display kunt u naar de balie lopen die erbij vermeld staat.’
Ik sjok naar de tafel en ga zitten. Ik zit nu tegenover de balie en kijk verbaasd beide vrouwen aan. Ze kijken terug. Na enige tijd drukt het collegaatje op een knopje en er klinkt een bel. Als ik op het display achter de vrouwen kijk, blijk ik wél aan de beurt te zijn. Gelukkig, want ik waan mij in een film van David Lynch.

Het collegaatje begroet mij vriendelijk. Ik overhandig rijbewijs en pasfoto. Spoedig betrekt haar gezicht.
‘Ik zie dat u een groot rijbewijs hebt. Bent u wel gekeurd?’
Ik kijk haar onbeholpen aan.
‘Gekeurd?’ stamel ik, ‘ik ben nog nooit gekeurd voor een rijbewijs. Ik ben nog maar negenenveertig hoor,’ voeg ik er enigszins verbolgen aan toe.
‘Sinds 2005 is het verplicht dat u gekeurd wordt voor een groot rijbewijs,’ zegt het collegaatje, ‘als u dat nu nog moet regelen bent u te laat met uw verlenging en bent u waarschijnlijk niet verzekerd. U kunt in dit geval het beste tijdelijk afstand doen van uw vrachtwagenrijbewijs. Als u dan gekeurd bent kunt u het opnieuw laten toevoegen.’
‘Oh,’ zeg ik opgelucht, ‘dan wordt het er dus weer bijgezet?’
‘Ja, maar dan moet u gewoon opnieuw aanvragen,’ luidt het antwoord.
‘Moet ik dan opnieuw betalen?’ vraag ik verbaasd.
‘Ja hoor!’ antwoordt het collegaatje monter.

Ik trek de broek weer wat op, die als vanzelf wat afzakte. Weg is het goede humeur.
‘Lekker is dat zeg, waarom zetten jullie er dat niet even bij als je me toch een brief stuurt dat ik mijn rijbewijs moet verlengen?’
Maar nu ga ik de mist in.
‘Iedere burger wordt geacht de wet te kennen,’ galmt het collegaatje op een toon alsof ze inmiddels op een kansel staat.
‘Prima, ik zal jullie elke dag bellen of er wat veranderd is,’ meesmuil ik. Maar het collegaatje heeft het uitdrukkingsloze masker weer opgezet.

Ik teken braaf formulieren waarmee ik tijdelijk afstand doe van het, tijdens de dienstplicht, verworven recht een vrachtwagen te besturen. Het zal er voorlopig toch niet van komen.

Als ik net weer in de auto ben gestapt zie ik beide vrouwen uit het gemeentehuis komen. Met open mond kijk ik ze aan. De inhoud van de gehele beautycase is inmiddels op de gezichten gesmeerd. Van de lome houding op de stoel is geen sprake meer als ik ze in hoog tempo gearmd zie wegstappen, alsof het trottoir een catwalk is. Ze lachen naar elkaar en wervend naar twee toevallig passerende mannen, die nog lang omkijken.

Ooit zei Tolstoy: Boredom: the desire for desires.

 

image12
 
 
2013.