Geniet van uw kind

Opeens is Erik weg.

Tijdens het druk studeren in de proefwerkweek van de middelbare school wordt er ruw gebeld. Binnensmonds vloekend strompel ik de zoldertrap af en daarna de trap naar de voordeur. Door het glas zie ik Leo staan.
‘Leootje!’ roep ik blij.
Maar Leootje reageert in het geheel niet. Hij schuift langs mij heen en begint moeizaam aan de tocht naar boven. Twee trappen lang wordt er niet gesproken, voorop een doelgerichte Leo, gevolgd door een zeer verwonderde jongen. Zo ken ik mijn vriend niet.

Op mijn kamer aangekomen zegt Leo slechts:
‘Heb je het al gehoord van Erik?’
‘Nee, hoe bedoel je?’ vraag ik.
‘Erik is verongelukt,’ zegt Leo zacht.

Er volgt zo’n stilte waarin je je in een fotobeeld waant. Mijn oren suizen licht. Er zit iets in de weg in mijn hoofd dat het denken blokkeert.
‘Huh? In welk ziekenhuis ligt hij dan, wat is er gebeurd? Wat erg,’ hoor ik mezelf zeggen.
‘Nee jongen, hij is verongelukt. Ver-on-ge-lukt,’ verduidelijkt Leo, ‘hij is gisteravond doodgereden op zijn brommer. Hij was op de terugweg naar huis. Hij kwam van Annet. Twee broers deden een wedstrijdje in de auto.’

Ik hoor een lichte klik in mijn hoofd. Langzaam drijven er flarden mist binnen. Leo vervaagt voor mijn ogen. De tranen prikken, maar willen niet doorbreken.
Langzaam draai ik mij om. Laat Leo zitten waar hij zit. Ik daal de trap af naar de woonkamer. Hard stoot ik met mijn elleboog tegen de deur.
En dan komen de tranen.

Weken daarna, Erik is allang ashes-to-ashes, komt Erik’s vader op bezoek. Tijdens de laatste zomervakantie waren wij als jongens op pad met een tent met bier en zoenden wij meisjes. Er zijn dia’s van. Die wil de vader van Erik graag hebben.
Het gaat niet goed met de vader van Erik. Zijn vrouw is midden in de nacht opgehaald door mannen in witte jassen. Niet van huis, maar van de plek des onheils. Erik’s vader zelf zit zeer geagiteerd bij mij en m’n ouders op de bank.
‘Ja en die jongens hè?! Rijden ze zo’n jongen dood en ze zitten al weer thuis hoor! Nog drank in het spel ook! Ik heb gehoord dat een van die jongens alweer in de discotheek zat zaterdag! Je gelooft het niet!’
Ik dwaal af. Ik geloof het wél. Het is schandalig. Zeker. Wezenloze figuren die snel en onbeheerst drinken en daarna dito autorijden. Maar Erik komt niet meer terug. Jongens of geen jongens.

In de jaren daarna krijgt Erik z’n plekje in mijn hoofd en leef ik het leven weer verder. Af en toe hoor ik wat over Erik’s vader. Hoe de zaak failliet gaat. Hoe het huwelijk strandt. Maar ook hoe hij zich niet gewonnen geeft en blijft vechten. Eigenlijk tegen alles en iedereen. Elke vijf jaar verschijnt er een advertentie in de krant die herinnert aan Erik.

Een tijd terug, als ik weer de advertentie heb gelezen, heb ik medelijden met hem. Na wat mailtjes krijg ik hem aan de telefoon. We spreken af dat hij woensdagavond langskomt.

Zover komt het echter niet. Ik moet hem afbellen omdat vrouw en kinderen ziek zijn. Hij zegt dat hij het snapt en dat we volgende week bellen voor een nieuwe afspraak.
De dag erop krijg ik een brief. Van Erik’s vader. Hij staat vol met beschuldigingen en bedreigingen. Een soort complottheorie. Hij heeft door waar ik op uit ben.

Triest vouw ik de brief dicht en verscheur hem. Het onrecht en tegennatuurlijke van het verlies van een kind heeft hem kapotgemaakt en hem doen belanden in een wereld die voor velen onzichtbaar is. Iedereen die een kind heeft huivert bij dit soort verhalen en gaat er dag in dag uit gewoon van uit dat dit een ander overkomt. Misschien moet dat ook.

Geniet van uw kind.