Graaicultuur

De voederautomaat, die tijdens de vakantie de aquariumvissen automatisch een dagelijkse portie leeftocht zou verschaffen, had tijdens de test zó’n hoeveelheid voedsel uitgebulkt dat de dieren zich in een culinair paradijs waanden. Uitzinnig zwommen ze rond met een geopende bek, het voer stroomde vanzelf naar binnen.

Maar zelfs in deze waanzinnige vraateuforie bleef de hiërarchie van de groep intact. Tijdens het onbeheerst foerageren vonden leiders van de school nota bene de tijd ondergeschikten weg te jagen van het eten. Nu kregen deze beesten ook nog best genoeg te eten, maar toch beduidend minder dan de dominante exemplaren.

Walgend wendde ik mij af. In mijn blikveld bevonden zich dikke directeuren, premie- en bonusjagers en de ordinaire oplichters. Allen graaiend. Ik schudde met het hoofd om de beelden te verjagen en verwenste de vissen en de alom vertegenwoordigde graaicultuur in het bijzonder.

De volgende ochtend echter werd de aanvang van de vakantie enige tijd uitgesteld. Vol ontzetting stonden wij voor het aquarium. Het vissenvoer van gisteren had blijkbaar een zeer gistende werking. De meeste vissen dreven dood aan de oppervlakte van het water. Hun aanblik was afschuwelijk, met buitenproportioneel opgezwollen buiken. De lichamen van de dominante vissen, die het meest gegeten hadden, waren letterlijk opengebarsten. Monty Python’s Flying Circus had ooit een sketch met een man die zich zo vol vrat dat hij explodeerde. Het was de vissen overkomen. Overdaad schaadt. Een afgrijselijke dood.

Geen leuk begin van de vakantie. Bij opening van het aquarium trof ons een odeur van dode vissen en een kwalijk riekende bedorven voedselgeur. Net wou ik rigoureus alles uit het aquarium verwijderen toen mijn zoon schreeuwend in het aquarium wees.

Voorzichtig keken we. Behoedzaam kwam een viertal vissen tussen de planten vandaan gezwommen. Doordat ze gisteren steeds van het voedsel vandaan gejaagd waren hadden ze minder gegeten. Zo hadden ze het overleefd.

Als je heel goed keek zag je ze de buikpijn aan. En toen ik mijn gezicht vlak voor het glas hield zag ik de schittering in hun ogen. Ze keken me triomfantelijk aan. Vissen kunnen niet lachen. Anders hadden ze het gedaan.