Het gesprek met Hans Feenstra vond plaats op 23 januari 2017. Het contact met Hans verliep via blogs over de zorg, specifiek die in het Martini Ziekenhuis, en Twitterberichten, gevolgd door een uitnodiging eens te komen praten. Eens temeer voor mij een bewijs dat echt goede politici, bestuurders, sportmensen of andere BN-ers gewoon goed bereikbaar blijven voor het voetvolk waartoe ik zelf behoor. Fantastisch, die kleine afstand.

In een kamer in het oude gedeelte van het Martini Ziekenhuis ontmoet ik Hans. Direct na de kennismaking treft het me dat de kernwaarden van het ziekenhuis; openheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid, van hem afstralen. Ik ben direct op mijn gemak. Ik vertel hem over mijn interesse in de zorg, zowel vanuit een ethisch als een technisch standpunt. Maar ik vind het vooral leuk om hem te vertellen over zijn fantastische ziekenhuis, waar ik met name een aantal malen klant ben geweest met uiteenlopende zonen. Telkens met datzelfde vertrouwde en warm menselijk contact met het personeel. Ik schreef daar al vaak over. Hij is daar trots op, het straalt hem de ogen uit.

Al vrij snel komt het gesprek op de verhuizing van de huisartsenpost in Groningen naar het Martini Ziekenhuis. Iets waar Hans zich jarenlang voor heeft ingezet. De eerste paal werd onlangs geslagen. Eigenlijk is het niet alleen een eerste paal, maar ook een mijlpaal. Hij is daar zichtbaar trots op. Ook investeert Martini Ziekenhuis erg in samenwerking met het Medisch Centrum Leeuwarden en het UMC Groningen.

Zo komen we op zijn nieuwjaarsspeech. Zichtbaarheid, kwaliteit van zorg en samenwerking binnen de regio en met de patiënt, kwamen daarin sterk naar voren. Hij wil graag dat mensen het Martini Ziekenhuis uitkiezen op basis van de beste zorg. Als ik teruggrijp naar het juichverhaal dat ik hem net vertel uit eigen ervaring, vraag ik hem wat er dan nóg beter moet.
‘Je moet veel contact met patiënten hebben, zowel voor, tijdens als na de behandeling. De feedback die je krijgt kan leiden tot een aanpassing van het behandelprogramma. Zaak is om in alle gevallen bijwerkingen te minimaliseren,’ antwoordt Hans. Hij geeft daarbij nog een voorbeeld ten aanzien van borstonderzoek bij vrouwen; na de diagnose dat ‘er wat zit’ willen vrouwen heel graag heel snel een vervolgonderzoek of een vervolgafspraak om zo kort mogelijk in onzekerheid te zitten. Begrijpelijk.

Ik laat het begrip QALY vallen. Het staat voor Quality Adjusted Life Year; zeer globaal: een extra levensjaar in goede gezondheid, uitgedrukt in kosten. Hans huivert bij het begrip, ik ook overigens. Hans: ‘We onderzoeken liever andere zaken. Tijdens een moreel beraad wordt casuïstiek besproken die in ons ziekenhuis speelt of speelde en de morele keuzes die daarmee samen kunnen hangen. We zijn daarbij niet zozeer op zoek naar hoelang we doorbehandelen, maar het zit ‘m meer in de lijn van dialoog die we zoeken met de patiënt: samen bespreken waar de grenzen aan behandelingen zitten, hoe zinvol die eventueel zijn, en waar de kwaliteit van leven zit voor die persoon. Een belangrijke rol spelen bijvoorbeeld onze geriaters daarin.’

Tijdens een moreel beraad wordt casuïstiek besproken die in ons ziekenhuis speelt of speelde en de morele keuzes die daarmee samen kunnen hangen.

Ik ga er nog even op door, per slot van rekening is het een van mijn stokpaardjes. Kijkend naar de zorg kun je een verschuiving zien van een paternalistische benadering, waarin de dokter zegt wat goed voor je is, naar een houding van zelfbeschikking, waarin de patiënt heel duidelijk aangeeft wat híj wil. Soms zó duidelijk dat het doorslaat naar een algemene medicalisering, waarbij alles een gebrek lijkt dat gauw verholpen moet worden.
‘Communicatie is ook hier erg belangrijk,’ antwoordt Hans. ‘Je moet constant met de patiënt om de tafel, al of niet in het bijzijn van naaste familie. Samen bepaal je wat zinvol en is wat niet, waarbij we natuurlijk goed kunnen adviseren op basis van onze kennis, dat blijft.’
‘Ik neem aan dat dat ook wel eens botst,’ zeg ik, ‘in het algemeen neemt agressie natuurlijk toe in de samenleving.’
‘Ja dat klopt helaas zeker,’ zegt Hans. ‘Er is een groot verschil in de samenleving ontstaan tussen een soort ‘onderlaag’ en een ‘bovenlaag.’ Die bovenlaag gaat maar door met verrijking van zichzelf en de onderlaag accepteert bijna geen enkele vorm van gezag meer. We onderkennen dit verschijnsel. We houden er van te voren ook rekening mee, bijvoorbeeld met het inrichten van de huisartsenpost die ik noemde.’

Toenemende agressie raakt natuurlijk het onderwerp motivatie. Ik vertel het Hans en vraag hem of hij ook een afname van motivatie ziet bij het personeel.
‘We besteden veel aandacht aan het personeel. De intrinsieke motivatie is erg sterk bij de mensen. Als ik eerlijk ben is dat ook altijd het geval geweest hier. Aan de andere kant verwacht ik dat ook binnen het Martini Ziekenhuis, je moet wel je best doen. Verder hadden we drie procent groei in 2016, de werkdruk is dan ook wat toegenomen. We zien dat en we reageren daarop. Er is nog steeds een laag ziekteverzuim en daar ben ik trots op. We doen ook veel voor het personeel, we houden Tedtalks en lezingen, die worden goed bezocht. Maar het belangrijkste is natuurlijk om goed te luisteren naar je mensen. Mensen moeten het gevoel hebben zelf regelmogelijkheden te hebben voor hun baan, een zekere autonomie. Dat houdt mensen gemotiveerd.’

Werkend in de ict stel ik hem de vraag hoe hij het ziekenhuis van de toekomst ziet. Ik verwacht een ict-antwoord; kamers met sensoren, een EPD in de cloud of moderne ziekenhuis-apps. Het antwoord van Hans verrast me wel, maar geeft ook mooi aan dat het een man is van de zorg, vanuit de zorg. Hans voorziet een verschuiving van intra- naar extra-murale zorg. Meer eerstelijns-hulpverlening door de huisarts. Meer poliklinische behandelingen dan nu. Dat ergens ict om de hoog komt kijken gelooft hij wel. Maar nooit vanuit een kostenbesparend perspectief. Hans noemt nog het mooie voorbeeld van een robot die opereert bij prostaatkanker. Hij eindigt met:
‘Maar ict heeft nog nooit iets wezenlijk goedkoper gemaakt, na eerst investeren roept het bijna altijd meer vragen en oplossingen op.’
Ik glimlach.

Maar ict heeft nog nooit iets wezenlijk goedkoper gemaakt, na eerst investeren roept het bijna altijd meer vragen en oplossingen op.

We praten al bijna een uur. Tot slot snij ik nog even de zorgverzekering aan. Er zijn bepaalde plannen om terug te keren naar een soort basis-verzekering, zoals we vroeger hadden. Hans ziet dat minder zitten:
‘Het is een voorstel gebaseerd op nostalgie, in mijn ogen. Wat geweest is komt nooit meer terug. Ik vind overigens wel dat het huidige systeem zijn doel ruim voorbij geschoten is. De rol van de verzekeraars is niet goed uit de verf gekomen. Het zijn een soort geldverstrekkers geworden. Bovendien is er veel te weinig toetsing of ze het wel goed doen. Ten tweede is het bijzonder dat de private contracten die ze afsluiten de basis is voor een collectief, politiek budget dat dus in principe overschreden kan worden ten koste van die private contracten. Daarmee zit je heel erg in die economische benadering van zorg waar we het zojuist over hadden. Tot slot wordt in dit systeem nauwelijks aandacht geschonken aan preventie en innovatie. Nee, er is voldoende te veranderen.’

Bij de deur vraag ik hem of hij de nieuwe zorgminister wordt. Hij schiet in de lach.
‘Het wordt mij wel eens vaker gevraagd. Ik ben erg gemotiveerd genoeg voor maar ik zou het erg moeilijk vinden de post zorg uit te onderhandelen met wensen van andere partijen op een ander vlak. Bovendien moet tijd overblijven voor mijn gezin, het fietsen en Ajax!’

Ik druk hem nogmaals de hand. Ik verzeker hem dat ik klant blijf, maar dat ik het ziekenhuis voorlopig niet van binnen hoef te zien.
Hij lacht. Hans Feenstra. Man met passie.

 



Voorzitter Raad van Bestuur Martini Ziekenhuis sinds 2009, met onder meer externe relaties als Santeon en STZ, HRM, Marketing & Communicatie in zijn portefeuille. Hiervoor was hij voorzitter van de Raad van Bestuur van De Friesland Zorgverzekeraar. Hij vervulde die functie sinds januari 2001. In 1999 trad hij aan als lid en kreeg hij de verantwoordelijkheid voor de portefeuilles Zorg en Verzekeringen. Hans is verder onder andere lid van de Raad van Toezicht van Careyn, lid van het bestuur STZ (portefeuille Zorginnovatie), lid Raad van Advies Famed en lid van ING Adviesraad Gezondheidszorg. Hij begon ooit zijn carrière als internist. Hij houdt van fietsen en voetbal (Ajax). Hans is 62 jaar.