Het was net een stap teveel voor onze zoon. Na een bloedafname de week ervoor en een antibioticumkuur met vieze pillen waren de oogdruppels, die de orthoptist hem toediende ten einde het oog beter te kunnen inspecteren, hem teveel. De tranen welden, waardoor de druppels via de natuurlijke weg uit het oog vertrokken. We moesten een half uurtje wachten om de werkzame stof te laten werken. We namen hem tussen ons in en verdwenen richting kantine.

De man achter de kassa wierp slechts één blik op hem en zei: “Heb je oogdruppels gehad?”
Mijn zoon knikte besmuikt, nog na-wrijvend.
“Dan zie je zeker wazig?” vroeg de man.
Weer het, wat verbolgen, knikken.
“Dan kun je zeker niet goed zien dat ik een meisje ben!” lachte de man achter de kassa.
“Jij bent een jongen hoor!” zei mijn zoon luid, met een eerste twinkeling in zijn ogen.
Achter ons stonden inmiddels drie mensen te wachten.
Welwillend evenwel.

De man achter de kassa vond de twinkeling echter niet genoeg.
“Wat wil je drinken? Lust je graag sinaasappelsap?” vroeg hij mijn zoon.
Bingo. Driftig knikken van mijn zoon, met de ogen weer een beetje meer open.
“Ik heb daar een apparaat met echte sinaasappels, en jij mag op de knoppen drukken!” riep de man samenzweerderig, “loop je even mee?”
Mijn zoon zette de sprint reeds in.
Achter ons stonden inmiddels acht mensen in de rij.
Glimlachend.

Met z’n allen keken we hoe de man samen met mijn zoon het apparaat bediende, dat tien meter verderop stond.
Met een vol glas in de hand kwam mijn zoon teruglopen.
Stra-lend.
Het was druk in het ziekenhuis die ochtend. Er stonden nu vijftien mensen in de rij, allen geamuseerd door de metamorfose die mijn zoon onderging.

Blij betaalden wij en vertrokken met ons dienblad, onder laatste aanmoedigingen van de man, die bezwoer dat het wazig zien weldra zou verdwijnen. Mijn zoon knikte opgetogen.

Een ziekenhuis, waar ook mensen in de catering bijdragen aan zorg.
Dankjewel, Martini Ziekenhuis in Groningen.
Helden, die mensen in de zorg.

 
 
fullsizerender-768x1024