Heldendom

‘Stomme zak!’
Ik knipperde even met de ogen. Mijn jongste zoon liep ziedend de kamer uit en om te laten merken hoe ontzettend boos hij was dreunde hij de deur zó hard in het slot dat de glazen rinkelden in de kast en een wolk van stof neerdaalde op mijn hoofd. Maar dat laatste verbeeldde ik mij, want zo voelde het.
Daar ging het; het laatste restje onvoorwaardelijk heldendom. Na vier zoons was het op. Vader als allesweter, alleskunner en bovenal onvoorwaardelijk lief. Ik had het me laten welgevallen, me erin gebaad en na gelaafd en gevoed te zijn was ik heerlijk ingedut terwijl hij groeide. Ik sloeg geen acht op de kleine barstjes in het voetstuk, die al een tijdje merkbaar waren.

Bam! En nu met beide benen op de grond. Ja, eigenlijk ónder het voetstuk, de plek waar ik ook hoorde te zijn voor een jongen in de prille pubertijd, een tijd waarin boosheid zeker paste. Ik liep toch wat onwennig rond, als een manager die zich na telkens bevestiging van hogerhand onfeilbaar waande in wat voor oordeel dan ook, maar toch werd ontslagen. Hm, ik was toch niet onfeilbaar dus.

Ik had de bevestiging natuurlijk al van drie voorgaande zoons gekregen, maar vond het heldendom toch nog aangenaam. Ik wist ook wel dat er wel iets voor in de plaats kwam dat veel waardevoller was. Dat zoons van je houden ondanks wie je bent, mits je het niet té bont maakt natuurlijk. Overheersing werkt bijvoorbeeld averechts, dat heeft het met verwaarlozing gemeen. En ach, heldendom nastreven is voor sukkels. Het overkomt je hoogstens, terwijl je lacht in je vuistje omdat je jezelf beter kent dan wie dan ook.

Het moment raakte me meer omdat de jongste telg zo overduidelijk groot werd. De vaststelling dat de tijd verstreek, ogenschijnlijk zonder dat je er erg in had, maakte me wat melancholisch. Ik had het bij zijn broers ook, maar dit was de jongste en dat maakte zaken definitiever.
Ik nam plaats op de bank en ik zag hem even voor me in gelukkige momenten. Ontelbare gelukkige momenten. Ik voelde me rijk. Ik pinkte een traantje weg.

Bijna gelijktijdig ging de deur open en daar stond mijn zoon.
‘Ben je verdrietig?’ vroeg hij geschrokken.
‘Nee man,’ zei ik.
Hij ging naast me zitten en sloeg zijn arm om me heen.
‘Ik ben niet meer boos,’ zei hij.
‘Mooi zo,’ zei ik, en ik prikte hem in zijn zij met mijn vinger.
Daarop ontstond een worstelpartij die mij een rood hoofd en een verbogen brillenpootje opleverde.

Tenzin Gyatso (Dalai Lama) zei: ‘De werkelijke held is degene die zijn eigen woede en haat overwint.’ Mijn zoon was dus een held.
Heldendom is klein.
Geluk is klein.
Geniet van uw kind.

 
 
2020