Stage in de Hema

Omdat ik onfris rook en de werkdag nog lang was liep ik naar de Hema, ten einde een fris t-shirt over de oksels te trekken. Het zou wellicht helpen de kwalijke odeur de rest van de dag te verstoppen.

Met het shirt onder de arm liep ik naar de kassa’s. Ik trof er twee dames, zittend op stoelen. Ze hadden de stoelen met hun bipsen zover mogelijk achteruit geduwd en leunden met hun ellebogen op de desk. Ik weet het aan hun leeftijd; ze leken me in de vijfig en sommige mensen dragen dat slecht.

Het werd geen vrolijke transactie. Ik werd een licht steunen gewaar toen ik een groter draagtasje vroeg omdat ik meer boodschapjes wou meedragen later. Ik groette maar ter afronding.

Net wou ik weglopen toen een zeer jong meisje in Hema-tenue met een rolcontainer aankwam. Onmiddellijk ontstak een der kassa-mevrouwen in woede.
‘Je moet wél bereikbaar zijn!’ kermde ze luid.
‘Zó help je ons niet!’ teemde de andere vrouw, ‘je loopt hier stage om ons te helpen!’
‘Ik weet nog niet alles,’ zei het meisje, niet onvriendelijk. ‘Ik moet nog veel dingen vragen en daarom duurde het langer.’
Een de vrouwen maakte een geluid dat het midden liet tussen een imitatie-scheet en een snotterende neus.

Mijn blik trof die van het meisje. Ik trok een gek gezicht door beide mondhoeken zover mogelijk neerwaarts te trekken. Er gloorde een lach.
‘Gezellig hier,’ zei ik maar.
Maar dat hoorde een der kassa-vrouwen en verstoord keek ze opzij.
Schielijk maakte het meisje zich uit de voeten.
‘Je container!’ brulde de andere vrouw.

Buiten scheen de zon.