Omdat ze allemaal zo hard hadden gewerkt en het lang geleden was dat ze elkaar spraken buiten kantoormuren was het tijd voor het bedrijfsuitje. Zo leer je ook Martin eens kennen als mens en zie je Hans ook eens lachen. De twee zwaarst bebrilde collega’s gaven aan het uitje te willen organiseren. De rest vond dat best.

Zo’n bedrijfsuitje is vaak nooit zomaar alleen vertier, het heeft vaak ook nog een wat formeler tintje. Dat is maar goed ook. Lukraak zuipen zet een collega weliswaar in een ander daglicht, maar zodanig dat men elkaar bij aanvang van het werk ’s anderendaags wellicht met scheve ogen bekijkt. En zo’n uitje moet natuurlijk juist het teamgevoel versterken. Een ge├»ntegreerde bespreking of een zakelijke rondleiding of iets dergelijks geeft de juiste mindset voor de dag en geeft een frivool doch legitiem cachet.

Na dit formele gedeelte betrad de groep van tien mannen, als kinderen die het schoolplein bestormen na het luiden van de bel, een klein openbaar parkje dat bevolkt werd door louter moeders met kinderen. Tien luidruchtige mannen maakten de moeders toch wel wat onrustig, maar bij het zien van veel grijs haar en vetgordels draaiden de meeste vrouwen zich gerustgesteld om en lieten de kinderen weer lopen.

De mannen genoten er een lunch. Het was mooi weer, ze aten buiten aan een lange tafel. Langgerekte glazen bier spoelden de kadetjes weg. De eerste grappen werden geplaatst. De schaars geklede moeders bleken toch niet helemaal veilig voor de blikken der mannen met als gevolg dat de lunchtafel spoedig werd omringd door lege zitplaatsen. Tijd voor het volgende punt op het programma. De zwaar bebrilde collega’s kondigden een bezoek aan de bierfabriek aan. Het werd met gejuich ontvangen.
De chef keek bedenkelijk.

Bij elke smaak van de geproduceerde brouwsels in de bierfabriek kreeg de hele groep een glas bier om het te proeven. Er bleken vele brouwsels gebrouwd te worden, die alle geproefd werden. Samen met het eerdere bier uit de langgerekte glazen bij de lunch kwam er nog een heel aardig promillage naar binnen zeilen. Govert werd enorm lacherig. Adam stelde op keiharde toon domme vragen, Omar zat erg lang op het toilet en Martin stond op de tenen van Bert, die hem vervolgens een duw gaf, zodat het proefglas kapotspatte op de buizen van een grote biertank. Ergens ging een alarm af.
‘Kan gebeuren,’ zei de gids monter, ‘ik zal even aan dit wieltje draaien anders komt er koolzuur bij de hop en als je het bier dan drinkt dan spuit het je neus uit.’
Arend lachte keihard en verslikte zich in zijn bier. Het spoot hem de neus uit.
De chef zuchtte en sloeg de ogen ten hemel.

Tijd om snel wat te eten. Maar Arend ging naast zijn stoel zitten en belandde languit op de grond en raakte verstrikt in het omvangrijke gewaad van een dito vrouw. Jammer dat hij het tafellaken meetrok waardoor enig servies kletterend in stukken viel. Omar kwam eindelijk van het toilet, maar had de kruk van de toiletdeur nog in de hand. Martin belde zijn vrouw om te zeggen dat het heel laat zou worden en dat ze hem op moest halen. Ondertussen was Loek begonnen aan een van zijn lange monologen over hoe het werk beter kon.
De chef sliep.

Toen ze eindelijk allemaal weer buiten stonden klonk er een oorverdovende knal. De brouwmeester kwam zwartgeblakerd naar buiten en zei onthutst: ‘Ik weet toch zeker dat ik aan het wieltje had gedraaid maar alle koolzuur zat nu bij de hop, ik denk dat….’ Hij strompelde verdwaasd weg.
Martin keek lachend op. In zijn hand hield hij een wieltje.
De chef gilde.