Het kerstpakket was lang geleden een welkome verrassing in de barre wintermaanden. Mensen liepen langs boerderijen om een goede Kerstmis te wensen, hopende op versnaperingen en ander voedsel dat spek op de ribben kweekte om de koude periode door te komen. Ambachtslieden, en later de fabrieken, namen de gewoonte over; rond de kerst werd een douceurtje verstrekt. Later verdween de harde noodzaak en werd het kerstpakket een blijk van waardering, overhandigd door de baas, vergezeld van een warme handdruk.

Natuurlijk, de werkomstandigheden van de mensen die van oorsprong het pakket kregen met een warme handdruk waren verre van optimaal. Later werd dat beter. Maar ook nu spreken we vaak van werknemers die met een steeds heftiger werkpakket een kerstpakket als compensatie krijgen. Of dat nog onder de noemer waardering valt is discutabel. Meer waardering zou immers spreken uit het mogelijk maken van een gebalanceerd werk- en privéleven, of nog liever: slechts één leven, waarin werk een natuurlijke plaats inneemt.

Nee, we beulen liever elkaar af en rond de kerst verstrekken we met een tandpastareclamelach het pakket met etenswaren, dat de medewerker trots mee naar huis torst. Maar vaker wordt het per post verstuurd. Thuis breekt de kritiek los omdat het blik bruine bonen met spek en reuzel niet tegemoet komt aan de smaak van de ouders of de baby. De cracottes verdwijnen in de voorraadkast en worden een half jaar later achteloos in de GFT-container gemikt. Rondtollend over de loungebank stoppen we de rest in onze keel.

Commercianten speelden hier handig op in door werkgevers een kerstpakket aan te bieden met een leuke balans tussen etenswaren en een materiële gift. Een leuke gadget of een ornament voor in de vensterbank, vervaardigd door een kunstenares die toch even niets om handen had. Massaal wordt er ingekocht en gedistribueerd. Merkwaardig is wel dat een week na verstrekking van dit pakket de websites voor vraag en aanbod vol staan met de gadgets en ornamenten. Een slaatje uit het kerstpakket slaan is blijkbaar de echte wens van de medewerker.

Nog maar weinig werkgevers snappen dat de tijden veranderd zijn. De goedgevulde mensen hebben minder behoefte aan eten. Mensen hebben, zoals gezged, meer aan goed, afwisselend en bevredigend werk. Maar bovenal zou elke werkdag moeten eindigen met een kerstpakket. Niet een eetbare, maar een stimulerende blijk van waardering.

Helaas snappen nog veel minder werknemers dit. Het kerstpakket is verworden tot een recht waar een, desnoods hard, oordeel over geveld mag worden. Na een jaar hard beulen voor (slechts) de baas heeft men gewoon recht op een waardevol kerstpakket immers.

Waar menig traditie sneuvelt in deze snelle moderne tijden zijn er gelukkig ook werkgevers die het goede voorbeeld geven. Ruim voor de feestdagen laten ze de keuze aan de medewerkers om de geldelijke waarde die het kerstpakket vertegenwoordigd over te maken aan een goed doel, al dan niet aangevuld met een bedrag vanuit de werkgever zelf. Zeker, dit goede initiatief is in opmars. De oude gedachte dat rond Kerstmis hulpbehoevenden wat extra krijgen, materieel of in toekomstperspectief, komt hiermee wat terug.

In praktijk zijn er echter nog teveel kniesoren die gaan voor eigen voorraadkast en vensterbank. Met respect voor hardwerkende mensen in de kerstpakkettenbranche: het percentage mensen dat doneert aan een goed doel is ver in de minderheid.

Denk er eens aan, nu of anders volgend jaar.
Als je noch waardering noch een kerstpakket krijgt: ga solliciteren.