Het kinderstuur

U kent ze wel, die kinderstuurtjes die je achterin de auto plaatst om de kinderen zoet te houden. Zo’n kind krijgt zelfs het idee echt aan het stuur te zitten en de auto naar een doel te rijden dat het zelf bepaalt. Met een beetje fantasie natuurlijk. Het ziet de echte chauffeur wel degelijk zitten, zonder dat het de pret drukt. Het kind imiteert met de stem een fikse acceleratie en stuurt de wagen richting horizon. Met blozende wangen stuurt het maar raak en kirt het uit van plezier. Je ziet het groeien. Prachtig.

Helaas zijn veel managers nog kinderen. Ze imiteren met de stem een fikse acceleratie en sturen de wagen zogenaamd richting horizon. Ze vinden zichzelf volleerde chauffeurs, je ziet ze groeien. Of dat zo prachtig is valt nog wel te bezien. Niet alleen geloven ze zelf in eigen stuurmanskunsten, ook de mensen waar ze leiding aan geven menen dat hij de chauffeur is. En zo rijdt er een lokale wagen denkbeeldig naar de horizon. Met welk doel is niet altijd duidelijk. Als het een groot bedrijf is sturen vele managers wagens naar de horizon. Die horizon is echter niet altijd dezelfde en ligt soms zelf in tegengestelde richting, waardoor er zelfs denkbeeldige botsingen plaatsvinden.

Zelfsturing is een veelgehoorde wens binnen het bedrijfsleven, teams willen zelf hun richting bepalen. Autonomie wordt hier verward met zelfsturing. Agile werken wordt Fragile werken. Want ook met zelfsturende teams zit er iemand achter het stuur die met de stem een fikse acceleratie imiteert en de wagen richting horizon stuurt. Soms willen er meerdere mensen tegelijk aan het stuur zitten waardoor de wagen alle kanten opgaat. Of stuurt de een naar rechts en de volgende naar links. Of is men alleen maar druk met het ontwijken van andere wagens. Dat alles denkbeeldig dan natuurlijk, in werkelijkheid staat de wagen gewoon stil.

Die echte chauffeur, daar gaat het om. Die echte chauffeur die, voor de reis begon, luisterde naar de wens van de inzittenden. Die overlegde wat het reisdoel werd. Natuurlijk had ze zelf ook een mening en wist ze waar de wegblokkades waren. Ze wist van te voren waar ze hard kon rijden en waar niet. Ze weet wat te doen bij gevaarlijke situaties. Ze weet wanneer ze moet stoppen omdat er iemand misselijk is of moet plassen. Zo wordt het een veilige reis, iedereen kan mee, met een duidelijk reisdoel.

Ze moet soms wel eens glimlachen, bij het zien van al die stuurtjes. Vooral als er driftig wordt getoeterd is het een kabaal van jewelste. Mensen zijn dan boos. De een vindt zichzelf nog een betere chauffeur dan de ander. Als de haarkloverijen zijn afgelopen neemt iedereen weer plaats achter het stuur en met de stem wordt een fikse acceleratie geïmiteerd en de wagen richting horizon gestuurd.
Dan start ze de wagen en rijdt de meute veilig naar het doel.