Bejaarden. Er zijn steeds meer bejaarde mensen. De bevolking vergrijst. Bejaarden zijn bejaard door hun hoge leeftijd. Zo’n hoge leeftijd houdt wel in helaas dat er een hoop mensen die je kende een minder hoge leeftijd hebben bereikt. Ze zijn dus dood.

De kinderen zijn al oud en wonen in Luxemburg of Alaska. Kleinkinderen weten niet meer wat oud zijn is en we willen ze zó graag snel groot hebben dat ze binnenkort aan het hoofd van grote organisaties staan.

Naast dit wegvallen van tijdgenoten en verstomde familie op afstand treft het slijtende karakter van het lichaam de bejaarden. Na jaren trouwe dienst komen aanvankelijk de kwalen en later de ziektes. Een kras lid van deze bevolkingsgroep houdt het minimaal op een verzwakt uithoudingsvermogen.

Veel oude medemensen verlaten in dit stadium de woning, waar vaak minstens dertig jaar in vertoefd is. Genoemde familie en tijdgenoten liepen er over de vloer. Op zolder zijn nog stiekeme kinderkrassen op het vergeelde behang te vinden. De meeste der herinneringen uit de reminiscentiebult komen uit deze periode.

Het is best een zwart gat, om vanuit dit zelfstandig wonen terecht te komen in een vaak zeer kleine behuizing, met een aanpalend verzorgingshuis, dat op gezette tijden een oogje in het zeil houdt. Vanuit dit wonen vertrekt men vaak naar een onderkomen met volledige verzorging of een ziekenhuis. Voorportalen van de dood.

Een sombere schets? Ja, natuurlijk. Veel bejaarden zijn gelukkig erg gelukkig. Maar ook veel bejaarden gaan onderuit, door de samenloop van het wegvallen van bekenden, familie en de woonomgeving. Veel bejaarden vereenzamen.

En dat is opmerkelijk. Vereenzamen in een wereld die, technisch bezien, kleiner en kleiner wordt. Door nieuwe technologie is het immers steeds beter mogelijk elkaar te ontmoeten in woord en beeld. Voor veel jongere exemplaren is een Skype-gesprek met ome Cor in Nieuw-Zeeland immers al routine geworden.

Oud worden met de nieuwste techniek. In principe is dit een contradictio in terminis. Oud worden is vaak een stemmig mijmeren en lurken aan een neutje. Bejaarden zijn, in marketingtermen, a priori geen innovators. Geen makkelijke markt om nieuwe technologie geaccepteerd te krijgen.

Maar zou het niet mooi zijn als bejaardenhuizen, verzorgingsflats, aanleunwoningen en ziekenkamers standaard voorzien zouden zijn van moderne communicatiemiddelen? Een gesprek met het laatste verre nichtje via het televisiescherm? Misschien een kennis van de vroegere buurman, die nu in Rotterdam woont, spreken. Een laatste vriendin uit Assen virtueel op de koffie. Maar ook: dingen binnen een verzorgingshuis samen delen. Interactief een spelletje doen. Reageren op elkaar. Verbinding. Techniek die binnen de zorg al bekend is, en met succes zieke kinderen op afstand in de klas laten meedoen, kan natuurlijk best worden ingezet voor bejaarde mensen die onderling contact onderhouden en zo hun leven verrijken.

Velen rekenen slechts in geld. Het kost ongetwijfeld geld. Maar ik durf te wedden dat een hoop oude mensen er blij van zouden worden. En blije mensen worden minder ziek. Dat scheelt geld.

Maar vooral: blij.
 
 
image13