Wat doen we raar joh. Eigenlijk al op school trainen we iedereen in het denken in patronen. We waarderen het vermogen om iets dat voorgekauwd wordt naadloos te herhalen. Speelse uitspattingen in de klas, al was het alleen maar het wild opspringen van de stoel, worden ongeveer toegestaan tot groep drie. Daarna is het meemarcheren. Vervolgens gaan we werken. We willen meetellen en scoren ten aanzien wat opgedragen wordt. De patronen zetten door. Daarmee verdwijnt het kind in ons definitief naar de achtergrond. Werken is serious business.

Van bonte klaslokalen, met posters en werkstukken, belanden we in veel gevallen in steriele kantoorruimtes. Vaak voorzien van witte systeemwanden, TL-licht in een harde kleur en, als we geluk hebben, een verdwaalde plant waar we de koude koffie in kunnen mikken. Zoiets:

Ja, misschien woon je zo hoor, excuses. Maar veel mensen ontspannen graag even op een bank. Kijken even TV. Ze hebben iets leuks aan de wand. Een schril contrast met de calvinistische inrichting der kantoren. Vaak willen we ons in deze steriele omgeving ook nog afzonderen en trekken we de kantoordeur stevig achter ons dicht. In sommige kantoren zien we zelfs nog een stringentere scheiding tussen individuele- en groepsprestaties. We werken hier…

… en als we gezamenlijk ‘creatief’ willen zijn om ‘problemen het hoofd te bieden,’ doen we dat bij voorkeur op plekken als deze:

We hebben ons gedrag aangepast aan de omgeving. Maar evenzogoed geldt andersom dat we deze inrichting waarderen omdat we zelf graag zakelijk en serieus zijn op het werk. Het begint al met onze uitdrukking op het gezicht. Hóe gaan we eigenlijk aan het werk? Een beetje belangrijk onderwerp wordt op ernstige wijze besproken, kijk zoiets:

Vrolijk ziet het er niet uit. Voegen we de omgeving, ons veelal zakelijke uiterlijk en onze strakke mindset samen, dan zien we onszelf ongeveer zoals onderstaand voorbeeld het hoofd bieden aan bedreigingen ten aanzien van het floreren van onze organisatie, zonder acht te slaan op waar we al goed in zijn:

image6

Prettige werkdag gewenst! Geen wonder dat we thuis een uur lang moeten acclimatiseren en problemen op het werk thuis nog eens moeten worden overdacht. Een veelgehoorde klacht is dat met name tijdens de nachtelijke uren werkzaken pas goed landen in het hoofd. Dit veroorzaakt echter weer persoonlijke zorgen, omdat een goede nachtrust onontbeerlijk is om het tempo en de zakelijkheid overdag vol te houden. Het resultaat ziet er niet goed uit:

On top of things blijken de resultaten als bedrijf uiteindelijk niet goed en kunnen we niet flexibel en creatief reageren op de steeds snellere buitenwereld. We weten niet goed meer wie we zijn en wat we eigenlijk goed kunnen en focussen noodgedwongen op standaardtargets of suboptimalisaties. We worden beoordeeld op resultaten en niet op waarden of ideeën. Medewerkers zitten in functies en functies hebben eisen. Hokjes als werkomgeving en hokjes in het hoofd. Gevolg: de medewerkers overlijden van binnenuit, geen fijn gezicht:

Jammer dat het zover kwam. Volwassen mensen die niet meer weten hoe je creatief moet zijn. En dat is raar. Kijk naar een kind in een willekeurige saaie omgeving en je ziet dat het gaat spelen met materialen die niet voor spelen ontworpen zijn. Het creëert zelf iets, met een eigen context:

Geef je een kind echter helemaal geen ruimte om te spelen, dan ontstaat echter een ongewenste situatie, die we ook wel herkennen op het werk:

Natuurlijk, in sommige bedrijven kunnen we af en toe thuis werken. Dat is mooi, maar geeft soms ook nog meer nadruk op het contrast in werk- en thuissituatie. Kantoortjes zijn noodzakelijk om ook eens samen te werken zonder gelijk bij iemand thuis te hoeven zitten. Het zullen nooit woonkamers worden, dat snapt iedereen. Maar gedraag je niet zoals de kantoormuren. Buiten het feit dat je best iets aan steriele ruimtes kan doen zit de vrijheid om waarde toe te voegen vooral in je hoofd. Wat minder functiescheidingen en modernere beoordelingscriteria stimuleren tot denken buiten de kaders, ja tot buiten de kantoormuren. Van nadenken tijdens een ommetje in de regen tijdens kantooruren tot iemand de vrijheid geven eens zijn eigen targets en meerwaarde vast te stellen.

Maar bovenal: probeer weer te spelen. Resultaten bereik je niet door acht uur achter elkaar achter je PC te zitten. Speel; letterlijk of in je hoofd. Doe iets speels. Probeer eens lachend te werken. Loop eens zingend over de gang. Gooi die houterigheid over boord en maak eens een grap. Vergader eens buiten. Doe dingen samen en niet alleen, spreek elkaars kwaliteiten aan.

Jullie kunnen het allemaal, iedereen was ooit kind. Sommigen hebben zelf kinderen, een verrijkende omstandigheid waardoor het ondergewaardeerde afkijken toch eenvoudig is. Maar ook zonder kinderen kun je spelen, je bent het gewoon wat vergeten. Buiten het feit dat spelen gezond is en stress reduceert zijn mensen die spelen vooral ook creatief. Samen spelen is samenwerken. Spelen maakt blij en zet het hoofd in een creatieve stand. Creativiteit is een vereiste in de Nieuwe Economie.