Zuchtend betrad de chef de werkvloer. De stilte was drukkend, zoals het weer buiten. Hij liep langs lege bureaus, waar kabels uit een gat in het werkblad de enige getuigen waren van voormalige activiteit. Aan het einde van de zaal stond een raam open. Vanuit de verte klonken de geluiden van het station. Met een leeg hoofd luisterde de chef naar het gekraak van de eigen schoenzolen. Daarna zitten. Staren.

In de verte rinkelde een telefoon. De chef schrok op en pakte fluks het eigen apparaat, een der laatste vertrouwelijkheden op zijn bureau. Hij zou zich er trouwens niet bij neerleggen. Hij ging verdomme iedereen bellen waarvan hij het telefoonnummer had. De onaangekondigde huisbezoeken waren vorige week absoluut niet gewaardeerd door de medewerkers en de hoogste baas had duidelijk gemaakt dat dit niet de aansturing was die het bedrijf zocht. Het gedonder met chatten en videoconferentie had hij allang opgegeven.
De chef belde. In gesprek.

Bij het tweede telefoontje had hij meer succes. Pietersen nam op. Op de achtergrond een oorverdovend gekrijs van kinderen die blijkbaar oorlogje aan het spelen waren. Maar misschien stond de TV daar op SBS6, dat kon ook wel zo zijn. Pietersen antwoordde nogal schreeuwerig. Ja, het werk ging best. Het Nieuwe Werken beviel geweldig. Hij was al om zes uur vanmorgen begonnen. Hij belde met klanten. Zou wel even mailen hoe het er voor stond, want hij moest nog boodschappen doen en om half vier de kinderen uit school halen.

Lang dacht de chef nog na over dit gesprek. Het raam was inmiddels dicht, de werkvloer was nu zeer stil. Spookbeelden doemden op. Een lawaaiige drukte met links en rechts een voorkomend Goedemorgen Chef. Bedompte zaaltjes met zichzelf als voorzitter en een strakke agenda, de dirigent van de vergadering. Werkoverleggen aan het begin van de dag met de op de avond daarvoor uitgewerkte opdrachten voor iedereen, waarbij zijn vrouw nog moest oppassen de koffie niet te morsen op de werkbladen.

Wild stond de chef op. De stoel op wieltjes dreunde met een luide klets tegen de muur. Hij was een en al actie nu en beende driftig heen en weer voor het bureau. Hij ging verdomme iedereen mailen waarvan hij het mailadres in zijn agenda had staan. Geen gezeur met niet antwoorden, dat zou hij onmiddellijk rapporteren. Ja, dat ging hij eerst doen.

Moedig drukt de chef de computer aan op zijn bureau, de enige in de hele zaal. Bijna een uur was de chef druk met bladeren door print-outs en agenda en het moeizaam typen van de gewenste mailtjes. Tijd voor de eerste boterham.

Ach, hij ging zelf ook maar vroeg naar huis. Maar niet té vroeg, zijn vrouw zat nog met de breiclub op de bank en zou maar vreemd opkijken. Hij voelde zich als de oeroude olifant in de dierentuin, die precies om vijf uur wist dat het hek openging en hij weer naar het nachtverblijf kon.

kerel