Horecaman

Te Tiel gaf de hemel zoveel vocht prijs dat ik een snorkel hevig ontbeerde. Reeds een meter bij de auto vandaan was ik doorweekt. Daar rennen derhalve geen zin meer had sjokte ik gelaten naar de ingang van de cafetaria. De uitspanning had meer weg van een strandtent die nogal displaced leek op de kade langs de Waal. Veel kon mij dat niet schelen. De honger woedde hevig en het natte pak bracht een rilling voort die tot consumeren maande.

Binnen stonden twee mensen wier tongval Amsterdamse geboortegrond verried. Beiden lachten breed bij mijn binnentreden.
‘Je brengt mooi weer mee,’ sprak de dichtstbijzijnde man nuchter. De andere man liet met donderend geraas een stapel pannetjes op de grond vallen. Nu lachte ík breed.
‘Het onweer is al binnen,’ antwoordde ik gevat.
Maar meestal snapt men mijn grappen niet of zijn ze te slecht.

Ik bestelde een patat met mayonaise en een cola en ging zitten aan een vettige tafel.
Beide mannen hervatten hun gesprek. Ze leken oude bekenden. De vriend van de eigenaar bleek ook een uitspanning te ambiëren. Shoarma aan de man brengen leek hem daarbij een lucratief business model. De man leek me er uitermate geschikt voor, aangezien hij mij, en ook alle volgende klanten, te woord stond met een vriendelijke lach.

De eigenaar verging het minder goed. Hij bracht me een blikje sinas. Na correctie mijnerzijds kwam hij, na geruime tijd, met cola en een patat met pindasaus. Na ook dit gecorrigeerd te hebben gaf hij aan een mevrouw aan de balie twee ijsjes met choco-dip. Twee bijbehorende meisjes zetten het acuut op een dreinzen, een trommelvlies irriterend geluid dat iedereen verschrikt deed opkijken.
‘Wij willen disco-dip!!’ gilden ze.
De ijsjes gingen retour.

Ondertussen vertelde de vriend over zijn shoarma-plannen en nam ondertussen de bestellingen op, die hij doorgaf aan de eigenaar. Laatstgenoemde gaf de indruk niet zo bedreven te zijn binnen het horeca-wezen. Hij produceerde een steekvlam uit een oud komfoortje die hem de wenkbrauwen van de schedel schroeide. Daarna liet hij nog een stapel bordjes kletterend op de grond belanden.

Een oude man met een rood hoofd kreeg een kroket in plaats van een frikadel. Een mevrouw met een juffershondje verruilde een slaatje met een kaassoufflé en een man in een paars joggingpak maakte bezwaar tegen een berehap omdat hij een chocomelk bliefde.

Lachend zette de eigenaar alle fouten recht, onderwijl het gesprek met zijn maat voerend. In de tijd dat ik er zat telde ik slechts één bestelling die in één keer goed werd uitgevoerd; een milkshake banaan voor een oogverblindende dame met lange blonde haren, die beide heren in een keer deed verstommen. Glorieus en met zijn charmantste lach overhandigde de eigenaar het voedsel dat het meisje koket aannam.

Lachend verdween ik weer in de regen, met een bekende management-quote in mijn hoofd:
The successful person places more attention on doing the right thing rather than doing things right.