I can help


And it was about this android, I guess you call it, who his master died and he wandered the universe alone for two million years. And all he could say was: ‘I can help.’ But he couldn’t, or at least he never did. But he kept on saying it: ‘I can help.’ And he kept on failing. Which is, if I had to define it, the way I feel most days.

– Gloria Burgle (Fargo S3: Aporia)

Misschien bent u van huis uit een onbeperkt optimist, of een Hapiness Officer die louter blijheid predikt. Misschien bent u een veelgevraagd spreker, die zijn Tjakkaaa! verhaal dagelijks op het podium performt, dansend en kronkelend als een salsa van geluk. Misschien houdt u ervan mensen eieren met spek te serveren, always sunny side up. U bent een leider voor de groep en vat de dingen mooi verpakt samen voor de mensen, in kleine simpele en vrolijke zinnetjes en doet ze cadeau, voorzien van strik in mierzoet roze.

Misschien werkt u zo, en bent u dik tevreden. Misschien zijn ook uw medewerkers dik tevreden en voelen ze zich geholpen. Toch, veel managementboeken en leadershipstrainingen ten spijt; als je de kern leiderschap zou moeten omschrijven kom je dichtbij de android uit de TV-serie Fargo:
I can help.

Helpen doe je niet altijd zomaar. Toegegeven, als je opoe wilt helpen oversteken pak je haar vriendelijk bij de arm en ga je. Maar zelfs dan kan het zijn dat ze je ziet als een vermeende gauwdief van de meegetorste tas bloemkool.

Helpen doe je met empathie. Je moet je inleven in degene die je wilt helpen. Vaak begint dat met luisteren. Veel leiders en coaches willen best luisteren naar mensen. Ze oefenen er zelfs mee. Ze lezen er zóveel over dat het eerste beste signaalwoord van de spreker triggert tot het antwoorden van een vers verworven citaat.
Grappig dat je dat zegt. Ik las laatst een stuk dat in kern vertelde dat de verantwoordelijkheid voor geluk primair bij jezelf ligt. Ik dacht laatst…
Vaak is dit de 2-in-1 reactie: je plaatst een algemeen citaat en buigt de aandacht voor de spreker om naar aandacht voor jezelf.

Je moet ook geholpen willen worden. Als opoe bang is bestolen te worden vertrouwt ze je toch niet helemaal. Waarschijnlijk omdat ze je niet goed kent. Over het algemeen is vertrouwen essentieel als je iemand wilt helpen met een probleem. Invoelendheid helpt daarbij behoorlijk, net als niet schreeuwen en vloeken en wel vriendelijk kijken.

Dat laatste lukt over het algemeen wel, hoewel het verrekte lastig is iemand open en welwillend tegemoet te treden als je een kater hebt, je zelf bedreigd wordt met ontslag, je moeder net is overleden of als je net bestolen werd van een tas bloemkool.

Maar het moeilijkste blijft toch iemand onbevooroordeeld, los van je eigen opvoeding, humeur en eigen psychologische templates aan te horen, los van je eigen targets en carrièredoelen. En dan de juiste woorden te vinden zonder het effect van een zalfje op een schaafwond; het voelt misschien even fijn maar al ras is de pijn weer terug.

Voor u het hoofd walgend afwent om zoveel zwaarmoedigheid: ‘I can help.’ is prachtig werk, dankbaar werk. Maar moeilijk werk, je zit er vaak naast en dan voel je je als Gloria Burgle. Maar die ene keer dat het wél echt lukt, you help. Actually.