Monter treed ik binnen. Weliswaar verdwijnen aanstonds zuurverdiende centjes van de rekening, maar ik krijg er mooie waar voor terug. En dat wil ik graag, want reclames met zeer succesvolle en prachtige mensen ontketenden bij mij een hevige aankoopreactie. In marketingkringen spreekt men dan ook wel van ‘me-too producten.’

Opgewonden loop ik langs wat schappen, waar apparaten, waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde, naast kleding staan uitgestald. Kijk, dat de branchevervaging ooit bij Slager Bakker begon is mij wel duidelijk. Nog zie ik de bevreemde gezichten toen ik een half gesneden karbonade bestelde. Maar bij het zien van deze bijeengeraapte spullen ontgaat mij elk onderling verband. Ik kijk nog wat rond, maar zie niet waar ik voor kwam.

In de hoek van de winkel staat een jongen achter de kassa. Nou ja, staat. Hij probeert een levend vraagteken uit te beelden, zo lijkt het. Hij draagt het haar in een vettig staartje en hij heeft het blijkbaar warm want de zweetplekken, die voortkomen uit een overmatige productie vanuit de oksels, hebben inmiddels het voorpand van het lichtgrijze T-shirt bereikt. Met een onsmakelijk soppend geluid eet hij kauwgum.

Net open ik mijn mond om verheugd te vragen waar ik mijn gewenste goederen kan vinden, als de telefoon gaat. Hij kijkt er sullig naar en bij de derde rinkel neemt hij op en zegt iets onverstaanbaars met een volume dat in een bibliotheek of aula gebruikelijk is. Hij luistert lang, erg lang. Dan zegt hij opnieuw iets en hij knikt erbij, alsof de beller dat kan zien. Hij knikt zo lang dat hij mij doet denken aan zo’n wiebelig hondje, dat mensen vroeger op de hoedenplank van hun auto plaatsten.

‘Mag ik even wat vragen?’ vraag ik op de doordringende toon die ik vroeger bezigde als ik de sigarenboer om stickers vroeg.

Maar de vraag is toch nog prematuur. Vanuit de catacomben duikt onverwacht een collegaatje op van de slungelige jongen. Het is een meisje met een afschuwelijk misvormde tatoeage op de rug, net boven de mierzoetroze onderbroek. De man die deze tatoeage aanbracht leek me een beginner, of iemand met een sadistisch soort humor. De jongen komt in beweging en begint geanimeerd te praten met het meisje.

Ik drentel inmiddels wat voor de toonbank heen en weer, zoekend naar een gelegenheid om mijn vraag te stellen. Maar ze merken me helemaal niet op. Het meisje heeft blijkbaar net een sterke bak geplaatst want de slungel produceert een hakkelend en blatend gelach. Hij heft daarbij de armen ten hemel, zodat ik een eersterangs uitzicht heb op de natte oksels.

Vol walging wend ik mij af. Alle lust tot aanschaf van wat dan ook is mij ontnomen. Ooit richtte hier iemand optimistisch een winkel in met de hoop er iets te slijten. Nou, niet aan mij. Ik been driftig richting de uitgang. Net als ik de deur opendoe hoor ik:
‘Hoi.’
Ik kijk achterom en merk dat het meisje mij zojuist groette. Even kijken we elkaar aan. Maar dan zegt de jongen weer wat en hervatten beiden het gesprek.

Ik dreun de deur extra hard dicht en spoed mij naar huis. Heerlijk dat internet. Je kan er ook bestellen. Jammer dat deze winkel het onderscheid niet besefte: look-and-feel en service. Zaken die je niet bereikt met louter onervaren en ongemotiveerde mensen die werken voor een habbekrats.

 
image