Het leven keutelt door, met drukte rondom toeterende auto’s van buren, prijzen van levensmiddelen, de chef met onwelriekende odeur, kinderen die de inventaris aan duurtesten blootstellen en het uiterlijk, dat maar niet wil voldoen aan de voorbeeldmensen in de media.

Zo ontrolde zich het leven ook bij ons, tot een oom van mijn vrouw deze week overleed, en de heer Dood, gulzig als een veelkoppig monster, ook bij mijn moeder aanklopte. Een goede poging, zo bleek in het ziekenhuis, na een wilde ambulancerit. Zo’n hospitaal heeft een aparte afdeling voor dit soort goede pogingen, de Intensive Care.

Zo versmalt het leven zich in één dag tot het huis, de Intensive Care, en het reizen tussen die twee. Een moeder in kunstmatige coma, samen met je eigen verdriet en ontredderdheid in de kamer. Het wilde draaien in bed en het zien van blote rug en onderbroek van je moeder geeft al een schokeffect, omdat je daar ineens weer als kind staat. Om maar niet te spreken over de absurde hoeveelheid apparatuur die moeder omringt. Er komen zóveel slangen uit haar lichaam zetten dat het nog het meest doet denken aan de TV-creatie The Borg: “Resistance is futile”.

En zo laat je het, zonder verzet inderdaad, over aan de professionals op de afdeling. Mensen die energiek aan komen lopen als er een alarm afgaat omdat een sonde los is gaan zitten. Een boomlange dokter komt aan het bed. Een rustige vent die in langzame en heldere bewoordingen uitlegt wat er aan de hand is. Wat er slecht gaat. Wat er goed gaat. Wat wel en niet te voorspellen is. De man neemt uitgebreid de tijd voor je, zonder latente roepingen die tot heimelijk horlogekijken nopen. Alles kun je vragen. Soms weet hij wel, soms niet een antwoord. Ondertussen glijdt zijn oog langs de vele displays en mompelt hij tegen zijn assistent “Augmentin kan naar 500, Noradrenaline zo houden”.

Even later zie ik hem, omgetoverd tot burger in eigen overjas, de afdeling verlaten. Waar hij zo kundig is met de vele slangen en afleesvensters, zo zit hij nu te prutsen met een onwillige telefoon. Het is een Blackberry, zoals ik heb. Ik kan hem dan ook snel uit de droom helpen. Hij bedankt me en met een “Ben om tien uur terug” naar iemand achter een bureau verlaat hij middels de klapdeuren de gang.

Lang kijk ik hem na. Ondertussen krijg ik een glimlach van de dienstdoende zuster. Warmte op een Intensive Care. Helden, die mensen in de zorg.

 

Gepubliceerd onder titel “Helden in de Zorg (1)” in het personeelsblad van Medisch Centrum Leeuwarden, november 2010.