Op de terugweg van de hoofdstad overvalt de mannen, tijdens het driftig sturen op de weg, een enorme honger. Het treft dat de eetgigant Van der Valk naast de snelweg een enorm etablissement heeft neergezet, middenin het weiland.

Er wordt zwijgend gekaand en ondertussen wordt er zwijgend gestaard op meegetorste papieren. Twee mannen zijn gekleed in een kostuum, de derde man houdt het met een wollig aandoend vest voor gezien. Het vest zegt:
‘Ik denk dat één euro de vierkante meter een prima uitgangspunt is.’
Hij klinkt wat zeurderig, tegen het wanhopige aan. Beide pakken kijken zuur. De grootste man trekt zuinig de neus op en zegt met een hautain timbre:
‘We zitten hier wél om geld te verdienen, Evert. Ik wil geld verdienen, Hans hier wil geld verdienen. Ik neem aan jij ook. Maar zet eerst maar neer, Evert. Ik wil graag wat concreter worden. We hebben handvatten nodig voor de komende maanden. Ik heb wel vaker rare uitspraken gedaan, maar ik voorspel wel degelijk nog moeizame …eh… maanden.’

Hij kijkt rond alsof hij zojuist succesvol een aria volbracht heeft en een staande ovatie ondergaat. Hij snuift er licht bij, zodat het geheel als een nogal matige imitatie overkomt van Dr. Klavan, een vrij belachelijk typetje van vroeger, van komieken Koot en Bie.

Evert schrijft intussen, met de neus bijna op het papier, het bedrag van een euro per vierkante meter op een groot, uitgeprint spreadsheet. De tweede man in het pak is Hans. Hij kijkt naar buiten en friemelt bedachtzaam aan zijn neus, een bij hem prominent ontworpen exemplaar.
‘Ja goed. Schrijf maar op, Evert. Kunnen we eerst verder.’

Dan praten de mannen over te verhuren oppervlaktes, die je uitdrukt in vierkante meters. De prijs per vierkante meter is essentieel. De verhuurtermijn en de staat waarin het geheel verkeerd. De mannen snappen zelf wel wat ze zeggen.

Na een uur staan de heren als één man op.
‘Zeg, prettige weekend,’ zegt de lange man in het pak.
‘Ja nou, ik frunnik nog wat met de cijfers, dus we hebben nog wel contact denk ik,’ zegt Evert.
‘Doe maar,’ zegt de lange man in het pak, ‘maar ik kan je niet beloven dat ik reageer. Ik ben er wel, maar ben van plan weinig te doen.’
‘Ik neem aan dat ik betaal?’ vraagt Evert gedwee. Maar Hans is al bij de uitgang en de lange man beent met flukse stappen weg.
‘Ja!’ roept hij achteloos.

Even later benen beide pakdragers voor het raam langs, geanimeerd in gesprek. Ze zijn spoedig uit beeld.
Evert is nog bezig met het vest. De knopen zijn lastig. De papieren willen niet goed in de tas. Dan gaat hij richting kassa. Hij knipt dwingend met de vingers om de ober, die de kinderjaren eigenlijk nog net niet achter zich heeft, tot spoed te manen.
‘Ober!’ roept hij, zéér krachtig.
De jongeling haast zich naar de kassa. Met de schouders naar achteren en de borst vooruit begint Evert aan het betalingsritueel.

Einstein zei eens:
Men hoeft de wereld niet te begrijpen, men moet alleen zijn plaats erin weten te vinden.