Omdat de wedloop tussen plichten en pleziertjes ook niet aan ons gezin voorbijgaat is vrije tijd glorietijd voor zonen. Schier onbeperkte aandacht valt hun ten deel. Kostbare tijd, waar je van moet genieten. Eer je het weet zit het er weer op en vergen werk, school, sport en Dr. Phil op TV weer hun aandacht.

Mijn zoon snapt dat heel goed. Elke activiteit wordt ten volle benut. Zo ook het potje voetbal dat we spelen, op het veldje achter de woning. Omdat ik een leeftijd heb bereikt waarmee ik me soms ook zijn opa voel, staat het zweet me nader dan het lachen bij een stand van 2-2. De lucht is vochtig, zodat ik gauw het weer de schuld geef en zeg:
‘Wie het eerst tien doelpunten heeft, heeft gewonnen.’
Ik voeg nog toe: ‘Ik zweet me dood.’
Zijn gezicht betrekt, conform het zwerk.

‘Nee hoor, we gaan tot twintig!’ onderhandelt hij, met een stellige dictie waar menig politicus jaloers op zal zijn.
‘Tien!’ roep ik, als een vertwijfeld marktkoopman. Hij ziet dat het me ernst is en legt zich erbij neer.

Maar de rest van het potje voetballen verloopt uiterst eigenaardig. Als hij, met bal, mijn open doel op twee meter genaderd is, schiet hij met een soort paardentrap de bal drie meter naast het doel. Bloempotten in aanpalende tuintjes rollen om.
‘Aaah, mis!’ roept hij, zeer pathetisch, mij onderwijl onderzoekend opnemend.
‘Jammer!’ scandeer ik.

Nog vele malen volgen kromme schoten, ver naast en hoog over. Als ik hem mag geloven overmant hem een acute onkunde aangaande deze balsport. Hij lijkt op een ballerina, wier ledematen onnodig snel groeiden.

De wedstrijd duurt erg voort op deze manier. Naast de ongelukkige schoten wordt er langdurig gediscussieerd over de kwaliteit van het veld en de bal. Als hij te ver uitloopt met de score laat hij dezelfde onhandigheid zien als keeper en kom ik weer in de buurt. Zo bereiken we dan toch eindelijk de tien.

Roodbekoond lopen we van het veldje af.
‘Leuk was het hè, pap?’ vraagt hij, ‘maar ik heb tóch gewonnen!’
Want hoe fictief zijn wanprestaties ook waren, verliezen hoorde daar niet bij. Het werd uiteindelijk 10-9, een stand die ik vaak te horen krijg.

Ik sla een arm om zijn schouders en hij legt zijn arm tegen mijn rug. Zo lopen we terug naar huis.

Geluk zit in kleine dingen.

 
image1-300x213
 
2014.