Het is nog vroeg en nog behoorlijk koud. Er ligt wat sneeuw op de weg. Stampvoetend rijd ik in de auto van mijn vrouw. Het effect is dat de auto schoksgewijs over de weg stuitert, alsof het mijn eerste rijles is. Ik betreur dat het ontbijt bestond uit saucijzenbroodjes.

Ik besluit het kougevoel anders te sublimeren, maar bedenk bijtijds dat het slaan met de armen een nog dramatischer effect op de weg zal hebben. Daarop zet ik het luidkeels op een zingen, om zo het lichaam nog enige warmte te laten produceren. Ik rijd slechts zeer langzaam omdat de ogen nog tranen van de koude lucht. Mijn overmatig gezang achter het stuur wordt opgemerkt door een heer met hoed, voorzien van bibberend hondje met geruit tuigje. De man staart mij met open mond na, zodat het net lijkt of hij met mij meezingt. Voor mij een gezellig begin van de dag.

Ik ben op weg naar mijn uitpandige zoons; kuikens uit een vorig nest. Ze zijn er veel tegenwoordig, uitpandige kinderen. Ja, ze waren er altijd al hoor, maar het worden er elk jaar meer. Sommige mensen menen dat dat verschrikkelijk is. Maar het is iets heel natuurlijks. Neem zo’n koekoek nou. Ik bedoel niet de voormalig boer uit de Tweede Kamer of dat lullige beestje in de klok, maar de echte, die in bomen en struiken huist. Zo’n beest dumpt z’n kinderen gewoon in een ander nest. En omgangsregeling ho maar, hij kijkt er nooit meer naar om. Dan zijn wij mensen toch netter.

Vandaag heb ik dus omgang. Een fijn gevoel, want het zijn beste knapen en zij houden ook zo van hun broertjes uit het nest thuis. Heel anders dan zo’n koekoeksjong, dat alle concurrenten het nest uitdondert. Mensenkinderen zijn zo mooi innovatief in het accepteren van nieuwe relaties. Ze worden geconfronteerd met vrienden, vriendinnen, stiefvaders en -moeders, half- en stiefbroers en dito zussen en alle familie die daar weer bij hoort. Best ingewikkeld. Je kunt gaan kwartetten met familierelaties. Mag ik van jou uit de serie opa’s, stiefopa van moeders kant?

Zo’n kind plaatst dat best goed, vind ik. Als ze ouder worden gaat dat over. Volwassenen vinden het vaak lastiger. Hun voorkeuren en oppervlaktewaarden zijn sterker.

Door dit gepeins heb ik totaal niet opgelet in het verkeer, maar ik blijk toch gearriveerd te zijn. Ik stap omzichtig en zwaarlijvig uit de auto en richt me traag op en doe een stap naar voren. Een sneeuwbal treft mij hard op het achterhoofd. Ik hoor lachende knapen.

Toch niet zo gek, die koekoek, denk ik nog, als ik voorover stort.

 
 
 
2011.