Ik zat even te wachten in een hoekje dat over was in het bedrijf. Ze hadden er een bankje in geprutst dat gefabriceerd was door Ikea, speciaal voor de kinderkamer. Onhandig schoof ik heen en weer en raakte daarbij mijn tas, die daardoor op de grond viel. Ik had de rits niet dichtgedaan en de truttige spulletjes, die ik er altijd in bewaar, rolden eruit. Met name een pennetje voelde zich enorm bevrijd en rolde lustig tot de voeten van de vrouw die bezig was het koffieapparaat te reinigen. Want zo’n ding paste nog net naast het bankje ook in het hoekje.

Op handen en voeten kroop ik achter het pennetje aan en net toen ik het pakte en overeind wou komen deed de mevrouw een stapje achteruit, waardoor ik met mijn achterhoofd haar achterwerk raakte. Het was een grote bips en de aanraking deed mij denken aan het springkussen op het dorpsplein, waar ik eens ongelukkig op terechtkwam.

De mevrouw gaf een korte kerm. Met een rood hoofd kwam ik overeind.
‘Pardon,’ stamelde ik. Ik ging schielijk weer zitten op het miniatuurmeubeltje. De vrouw lachte naar mij vanuit een welvaartsgezicht.
‘U kunt koffie nemen hoor,’ zei ze, op het geopende apparaat wijzend, ‘ik ben nog wel even bezig maar u kunt gewoon koffie nemen.’

Ik keek naar het vaatdoekje in haar handen en het emmertje met bruinig water waar ze het uitgehaald had. Ze maakte het apparaat blijkbaar met het doekje schoon. We tappen achteloos dranken uit apparaten, vertrouwend op de reinheid ervan en kijken verbaasd als we ’s avonds diarree hebben. Ik zei dan ook: ‘Nee dank u. Ik heb liever een peertje.’
Ze haalde de schouders op en ging verder met de reiniging. Ze zei: ‘Ik ken weinig mannen die geen koffie willen. En ik heb er heel wat ontmoet de laatste tijd. Ik heb er een app voor op de telefoon. Je kan heel makkelijk een man selecteren waar je dan mee kan afspreken. Je moet dan zo’n gezicht naar rechts vegen. Wilt u het eens zien?’

Ik kwam eigenlijk in het bedrijf om er een brallerig gesprek te voeren over opportunities en innovaties. In plaats daarvan zat ik nu in een zweterig hoekje met een desolate vrouw die mij een dating-app wou laten zien. Even overwoog ik opnieuw het antwoord met het peertje te geven maar vond dat zó stom dat ik even lachte.

Een domme fout, want de vrouw zag er een aanmoediging in en voor ik het wist zag ik joviale en wat hongerige mannengezichten langsschuiven. Ze nam daarbij plaats naast mij op het bankje, dat vervaarlijk kraakte. ‘Waar is hier de nooduitgang?’ zong eens een Nederlandse band. Het neuriede door mijn hoofd.

‘Ja, soms kies je wel eens verkeerd en dan zit je ergens met een hele rare man of een hele enge. Ik ga dan meestal maar gewoon weer weg.’ Het klonk wat triest.

Ik werd gered door mijn gastheer die met forse stappen met harde hakken het hoekje naderde. Het deed de vrouw haar taken herinneren en ze stond op. Ik sprong opgelucht een meter in de lucht en drukte mijn gastheer de hand.
‘U kunt koffie nemen hoor,’ zei de mevrouw tegen mijn gastheer, op het geopende apparaat wijzend, ‘ik ben nog wel even bezig maar u kunt gewoon koffie nemen.’ Ze lachte schalks.
‘Ha lekker, koffie,’ zei hij. Hij keek om en vroeg: ‘Jij ook?’
‘Nee dankje,’ zei ik, ‘ik heb liever een p… een water.’

Hij haalde de schouders op en nam even later een flinke slok koffie.
Achter hem wrong de vrouw het doekje uit.