De jopper was niet nieuw meer en de regen won makkelijk van het textiel. De jas was ook al twintig jaar oud, het oude embleem van de voetbalclub zat er nog op. Toch deed de man geen afstand van het ding. Gewoon, omdat hij nergens afstand van deed. Het ouderlijk huis beviel ook nog prima. Sinds vader was gestorven woonde hij er nu met moeder. En dat ging goed. Hij zorgde voor het huis en moeder zorgde voor hem.

‘Ja ik ga wel uit hoor,’ vertelde hij vorige week aan de nieuwe buurman, ‘en ik werk veel hè? Je kunt niet aldoor maar thuis bij moeder zitten, hahaha.’
Het was er met veel bravoure uitgekomen, maar de buurman had vrij snel een einde gemaakt aan het gesprek.

De man woonde vlakbij de kroeg. Desondanks was hij toch nog behoorlijk nat toen hij binnenkwam. Hij vloekte. Niet omdat hij nat was, maar omdat ze er nog niet was. Hij kwam al jaren in het duistere café, maar sinds Alida er werkte was hij er bijna elke dag te vinden.

Moeizaam nam hij plaats op de plek waar hij elke dag zat, op de kruk aan de bar, op de hoek.
De barmeid die nu werkte kende hij niet eens en bracht hem het bier zonder hem een blik waardig te keuren. De man werd er onrustig van en schoof ongemakkelijk heen en weer.

Twee uren verstreken. Er waren bijna geen mensen maar toch was het niet rustig. Op enkele meters van de man vandaan zaten vier mensen luidruchtig te discussiëren over politiek, buitenlanders en het geloof. Walgend draaide de man zich om.
En toen zag hij haar.

De deur ging open en Alida kwam binnen. Alida was altijd vrolijk en bijzonder luidruchtig aanwezig. De man verstijfde helemaal, maar zijn ogen kregen lichtjes. Ze begroette hem zeer losjes met “Hoi” en liep op het tafeltje af waar de vier mensen verhit zaten te praten. Het lawaai nam toe, kennelijk kende Alida een van de personen.

De man volgde elke beweging van Alida. Toen ze eindelijk achter de bar stond draaide hij zich weer om en leunde nonchalant met de ellebogen op de bar.
‘Doe me nog een bier van je, Alida,’ sprak de man met zijn warmste stem, ‘ik heb de hele tijd op je gewacht. Ik heb je zo gemist. Kom je even bij me zitten?’
Hij keek doodernstig. Alida keek verbaasd op en een ogenblik was zelfs zij stil.
‘Nou bedankt zeg,’ zei Alida, ‘maar bedankt.’
Ze kletste met kracht een glas bier voor hem op de bar. Een sputter trof zijn oog. Terwijl hij met de zakdoek bezig was trok Alida gekke bekken naar de vier debatteerders. Die lachten luidkeels. Alida liep naar het tafeltje.
‘Ik heb weer een leuke fan te pakken,’ zuchtte ze, ‘en elke dag op die hoek van de bar, je wordt er gestoord van. Eng, brrr.’

De man hoorde het niet. De lichtjes in zijn ogen waren gedoofd en hij staarde sullig voor zich uit, de mond wat open. Hij zou zo eens richting huis. Alida was gewoon afgeleid, zij wist best dat ze bij hem hoorde. Hij kwam wel terug als Alida vrij was en die schreeuwers naar huis waren. Hij wachtte haar wel op, dan kon hij haar veel beter duidelijk maken wat hij van haar vond, zonder dat er iemand bij was.
Ja, dat zou hij doen.

 
image19
 
 

Gepubliceerd op hetpennetje.nl