Chez le dentiste

Het telefoongesprek met de Franse tandartsassistente had iets weg van een cabaretvoorstelling, waarin een buitenlander te kak wordt gezet omdat hij de taal niet beheerst. Toch al een populair onderwerp bij velen. Ikzelf ondervond schrijnend de onmacht die je voelt als er iets met je is en je niet duidelijk kunt maken wát er is.

Ik ondervond gelijktijdig hoe het is om bijna geen bereik op je telefoon te hebben. Tot twee keer toe werd het gesprek verbroken en moest ik naar buiten om het voort te zetten, waar ik omringd werd door vakantievolk dat jubelde.

Tot slot bleek ik niet meer zonder internet te kunnen functioneren. Ik weet niet hoe uw Frans ervoor staat, maar even snel het woord wortelkanaalbehandeling opzoeken op Google Translate was er niet bij. Wifi achtte men in deze contreien onnodig. Dataroaming bleek het extra aangeschafte internetbundeltje ras op te hebben gesoupeerd en ik diende eerst opnieuw te investeren in verdere uitbreiding van internettegoeden. We schrijven 2015, waarschijnlijk lachen we over een paar jaar om zoveel kleinsteedsheid.

Enfin, ik kon die middag terecht in een Franse medische instelling om mijn afgebroken ivoor en kaakontsteking te laten behandelen. Geen vrolijk vakantie-douceurtje. Tijdens de lange rit er naartoe liep het zweet mij tussen de schouderbladen. Niet alleen van de pijn, maar ook van de ángst, een woord dat ik schielijk had opgezocht in een boekje Frans op Reis. Het boekje vond ik in een oude kast in het vakantiehuisje en behelsde niet het verhaal van een zekere man op reis, maar bevatte enige handige vertalingen die ik goed kon gebruiken.

De doktoren bleken geen Engels te kunnen spreken, een taal die mij wat beter ligt en ik nog wel verwachtte aan te treffen in Bretagne. Met handen en voeten en het lullige vertaaldrukwerkje poogde ik uit te leggen wat er aan de hand was. Maar toen een mijner bewegingen een medisch instrument raakte dat aan een stalen paaltje bevestigd was, bleek het welletjes en werd de stoel waarin ik zat in een horizontale stand gezet.

Displaced keek ik omhoog en zag mannen die fluks mondkapjes omdeden. Het bloed stroomde naar mijn hoofd en ik stamelde de woorden ‘anesthesie locale.’
‘Oui, oui,’ bromde een der mannen geërgerd en hij keek me minachtend aan om zoveel kinderlijke angst. Maar misschien zag ik dat laatste niet goed door die mondkap.
‘Oh-la-la,’ hoorde ik een andere man zeggen, na een korte inspectie van mijn mondholte. Ik dacht nog aan de genuttige tonijn, maar bedacht dat die Fransen toch wel wat gewend waren.

Tandartsen vinden het prettig om zeer zeker vast te stellen waar het probleemgebied zich in de mond bevindt, ook als dat optisch vrij duidelijk is voor de leek. Daartoe hebben ze een puntig instrument dat in pijnlijke plaatsen in de mond wordt geprikt. Ik was erg blij dat ik de vertaling van de woorden die ik uitte niet had opgezocht in het lullige drukwerkje, hoewel deze woorden daar waarschijnlijk niet in stonden.

De artsen knikten evenwel instemmend. En gingen aan de slag, gelukkig met veel anesthesie locale. Hoge gierende geluiden uit apparaten deden mij echter nog harder zweten. In opperste wanhoop zag ik de lieve gezichten der zonen voor me. Handig, zonen.

Toen alles klaar was en ik weer weg mocht moest ik nog betalen. De nota kreeg ik mee voor de ziektekostenverzekering thuis. Ik moest de bril opzetten om het papier nog eens te lezen. Uit voorzorg had ik dikke stapels bankbiljetten gepind. Maar bij het zien van het bedrag schoot ik in de lach.

De artsen trokken hun wenkbrauwen op. Maar met welk vertaalboek in de hand legde ik uit dat de Nederlandse zorg zo duur is dat voor elke behandeling en medicatie stapels bankbiljetten nodig zijn? Geen enkel, vrees ik.