Nog steeds houden bepaalde gemoederen zich bezig met de marktwerking in de zorg. Dat was nodig. Voorheen werden mensen ziek en werden ze bijna onvoorwaardelijk geholpen door liefdevolle dokters en aanverwant verzorgend personeel.

Dat ging niet langer. Er kwamen teveel oude en/of zieke mensen en teveel mensen die te weinig in de ziektekostenpotten stopten. Kloeke politici, al dan niet met eigen belangen in de zorgsector, bedachten dat er een marktwerking in de zorg moest komen.

Er was vraag naar zorg, evident. Er was ook zorgaanbod. Echter men vroeg veel te snel zorg en dat aanbod was te duur. Wat zou het mooi zijn als vraag en aanbod zichzelf op elkaar afstemden en zo elkaar onder controle hielden.

Nee, dit was geen hallucinatie die ontstond na overmatig cocaïne- of drankgebruik. Het was echt. Waarschijnlijk ontstond het idee in de kerstvakantie tijdens het monopolyspel.

Snel na invoering van het idee werden zorgtehuizen gesloten wegens geldgebrek, zaten ouders vertwijfeld met hun zieke kind op de bank en verdween de geestelijke gezondheidszorg met het badwater van de eens per maand gewassen bejaarde door de afvoer. Ja, het werd zo gek dat hele ziekenhuizen sloten omdat het geld op was. Aanvankelijk plaatste men nog een pinautomaat bij de voordeur maar deze maatregel kwam te laat.

De marktwerking bleek alleen aan de aanbodzijde te zijn ingevoerd. De vraagzijde (de zorgvraag dus) liet men buiten beschouwing.

Een bezoek aan de huisarts met mijn gewonde zoon maakte het vorige maand nog eens duidelijk. Onaangekondigd stormden we met spoed de huisartsenpraktijk binnen. Bij een loket lazen we dat al het personeel aan het lunchen was. Ik belde maar eens en na drie doorschakelingen vertelde ik de arts dat we toch echt pal voor het loket om hulp smeekten.

Na een tijdje verscheen de arts. Hij wierp éen blik op mijn kermende zoon en stelde:
‘Dit is geen spoed. Volgende keer moet u gewoon naar huis gaan en een afspraak maken.’
Een week later kreeg ik een nota in de brievenbus met de mededeling dat de zorgverzekering kosten voor mij had gemaakt en dat ik moest bijbetalen.

Een simpel voorbeeldje. Maar kijken naar de marktwerking zou ik mijn zoon zien als een consument van zorg en de huisarts biedt die dan aan. Ik betaal ervoor. Tot zover klopt het.

Maar kom in het bedrijfsleven eens aan met deze gang van zaken. Er zou een Service Level Agreement gemaakt worden en de huisarts zou moeten voldoen aan KPI’s, in plaats van te doen alsof het een voorrecht is dat we zijn zorg mogen ontvangen. In het voorbeeldje had de arts aan geen enkele van mijn KPI’s voldaan en had ik de nota lachend verscheurd.

Ook de tandarts, die al drie keer aan dezelfde kies rechtsonder in mijn mond sleutelt en daar elke keer een nota voor verstuurt had wat mij betreft garantie mogen geven op de poging van daarvoor. Bovendien bleek de lukraak gekozen behandeling helemaal niet binnen de dekking van de verzekering te vallen, waardoor de rekening nog aardig opliep. Dus vooraf was er eigenlijk helemaal geen overeenstemming over de prijs. Niet betalen dus.

Maar zo werkt het niet. Intimiderende incassobureaus dreigen onmiddellijk met gerechtelijke stappen als er niet per omgaande betaald wordt.

Nee, mooie marktwerking, maar op een wonderlijk eenzijdige markt. Een vraagmarkt, waarbij aanbieders geen grenzen kennen, zo lijkt het. De vraag is gelijk gebleven, mensen worden inderdaad ziek. De vraag wordt echter vaak gewoon niet eens meer gehoord omdat er nauwelijks betaalbaar aanbod voor is. Of zorg vindt hooghartig plaats met een dalend besef van kwaliteit.

Die marktwerking vindt eigenlijk alleen plaats tussen de aanbieders onderling. Daar is het een komen en gaan van onderhandelingen tussen verzekeraars, ziekenhuizen, artsen, thuiszorginstellingen, noem maar op. Er is eigenlijk een markt gecreëerd waar louter zorgaanbieders en geld(voor)schieters hun monopolyspel spelen. De eigenlijke consument, de patiënt, is in dit biedladdergeweld inmiddels overleden.

Marktwerking in de zorg: myth busted.

 
 
Meer lezen?