Argeloos klikte ik even de mailbox open. Een donkere wolk trok voor de zon en er stak een fikse wind op. De teller van ongelezen mail stond op zevenenveertig, terwijl ik toch maar even was weggeweest. Monter schonk ik koffie in, zette mijn bureaustoel in een gemakkelijke stand en begon te lezen.

De eerste negentien mailtjes hadden allemaal met elkaar te maken en betrof eigenlijk een grote discussie, waar iedereen een regeltje aan toe te voegen had. Met net even een andere mening dan de voorganger. Na zuchtend het geharrewar te hebben gelezen besloot ik na het vijfde mailtje het gehele gezeur maar richting prullenbak te verplaatsen.

managerDe volgende mail was van iemand die ik zelf eerder had gemaild en hij had onder elke zin een reactie gezet. Zo’n mailprogramma is zelf al zo intelligent een ander kleurtje aan de reacties te geven. Het onderbewuste van de man wou mij echter de les lezen, want met stevige hoofdletters kopte meneer Freud alle ballen terug in mijn eigen doel. Als je zoiets leest gaat je hoofd onwillekeurig in de schreeuwstand. Ik las de reacties van de man alsof hij op een meter afstand mij toeschreeuwde.

Toen drie mails later iemand in vette rode letters aandacht vroeg trok een gelijkgekleurde waas voor mijn ogen en besloot ik wat versuft de rest van de mailtjes maar te bewaren voor de middag.

Een uurtje later trof ik toevallig de man van de hoofdletters in gestalte. Er was niets te merken van het geschreeuw in de mail en op kalme toon bleek dat we in basis eigenlijk hetzelfde nastreefden. Tussen de middag zat de groep van de negentien mailtjes samen aan tafel en na drie zinnen, tussen de happen brood door, bleek iedereen het eigenlijk met elkaar eens te zijn. De volgende dag liep ik samen met de mevrouw van de rode letters koket naar de auto.

Mail. Woorden in tekst. Vaak wel handig. Nog vaker vervuilend. Vaak gebruikt als rugdekking en bewijsmateriaal, al dan niet met blinde kopieën. Nog vaker gebruikt om iemand op veilige afstand toe te spreken en hem niet recht in de ogen te hoeven kijken. Zo mailen we elkaar naar overvolle postbussen, waar we eigenlijk de hele dag aan gekluisterd moeten zitten om het allemaal te lezen. En hebben we geen tijd voor de nuance, want zo’n mail wordt soms anders gelezen dan bedoeld.

Natuurlijk, we werken nieuw en niet aldoor bij elkaar in de buurt. Maar loop eens langs of bel iemand even. Chat even met elkaar. Tweet iemand desnoods om even af te spreken of koffie te drinken. Wel zo effectief.