Dag moeder

Ik graaf mijn moeder op.
Ik nam aan dat ze ter aarde is besteld
en niet verbrandt in eeuwig vuur
maar is ingegraven door grijsbleke mannen
verbeten zwoegend op weerbarstige klei.
Daar is ze dan.
Het regent.

Ik graaf haar op. Moeders jongen.
Herinneringen als grote hompen vlees
scheuren haar botten kaal.
De lucht is gevuld met sabels,
als rondvliegende eisen en verwijten.
Teleurstelling, in aardedonker.

Een kind als belofte, geeft licht.
Het vult gaten, je eigen hiaten.
Een idyllisch plaatje, je drukt je stempel
maar op weg naar de uitgang
wordt een kind steeds minder jezelf.

Moeders slimme jongen, om te pronken.
Een jongen voor bij mooi weer.
Presteren en geen moeilijkheden.
Moeders hulp, het is een plaatje.

Elke vrijheid heeft een prijs.
Schuld als sardonische nar met
moeders oordeel als laatste levenswens.

Vrijheid is nu echt in zicht.
Daarom graaf ik haar weer in.

Verbeten zwoegend op weerbarstige klei.