14-05-2015. Ik zit in Euroborg, in de lounge. Verticuteermachines laten het veld eruit zien als een oude jas; het seizoen zit er bijna op en thuis wordt er ook niet meer gespeeld. Ook niet meer door Nick van der Velden, die FC Groningen per 1 juli verlaat omdat na twee seizoenen zijn contract niet is verlengd. Hij weet het al een tijdje maar het bijzondere aan Nick is dat je het niet ziet aan zijn spel. Even voluit en fanatiek als altijd. Als ik hem van dichtbij zie bij de Junior Clubdag speelt hij wedstrijdjes, samen met Mimoun Mahi, tegen jongens zoals ik ze ook heb. Hij heeft er zó’n lol dat hij straalt, later bij de bekerwinst zie ik dat opnieuw bij de rijtoer door Groningen. Zelf heb ik wel eens gedwongen een werkkring moeten verlaten, maar zo vrolijk zag je me dan even niet. Voetbal geeft blijkbaar zó’n kick dat het altijd mooi weer is.

Nick glimlacht als ik hem dit vertel. ‘Het is de liefde voor het spelletje,’ zegt hij, ‘al vanaf kind heb ik dat. Ik woonde in Amsterdam-Noord, en voetbalde altijd. Bij de club. Op straat. En altijd bewijzen wie de beste was. Bovendien ben ik al wat ouder en dan kun je wat makkelijker de knop weer omzetten en weer verder gaan.’

Ik slik even, want met zijn 33 jaren vind ik hem een broekie en voel me een ouwe lul, die niet zo makkelijk een knop om kan zetten. Maar helemaal lukt het Nick natuurlijk ook niet. Als ik doorvraag over het verloop van het ontslag wil ik een parallel trekken met het bedrijfsleven, waar je na een slecht verlopend functioneringsgesprek al wel weet hoe de rest verloopt.

‘Het verschil is dat iedereen je beoordeelt,’ antwoordt hij, ‘en dit seizoen liep het niet zo lekker als vorig seizoen.’
‘Maar je contract wordt toch niet verlengd door het publiek,’ breng ik er tegenin.
‘Nee natuurlijk niet, maar het speelt wel mee. Het uiteindelijke gesprek had ik met Peter Jeltema en hij heeft het me verteld. En dat heeft me wel even geraakt, ik zou liegen als dat niet het geval was. Een verlenging van een jaar had ik toch wel verwacht.’

Vorig jaar was een van zijn beste seizoenen ooit, vertelt Nick. Zeker toen hij kwam bij FC Groningen had hij wat goed te maken bij het publiek, naar wie hij demonstratief een middelvinger hief als speler van NEC. Het gaf hem een extra drive het goed te willen doen.

‘Alles lukte dat seizoen, elke assist werd bij wijze van spreken een goal. Dit jaar liep dat gewoon net anders. Het minimale verschil tussen net wel en niet niet. Dat gebeurt. Bovendien geeft de club aan te willen verjongen.’

Opnieuw denk ik aan het bedrijfsleven, waar goede prestaties ook geen garantie bieden voor de toekomst. Het is hoe we elkaar beoordelen en met elkaar omgaan. Krediet geven alleen banken, we geven het niet aan elkaar.

Weer die scheve lach van Nick. ‘Het is op zich wel zuur dat na het eerste seizoen er aanbiedingen van andere clubs waren, ook een uit Australië. Ondanks mondelinge toezeggingen over medewerking mocht ik toen niet weg van de club. Ik begrijp dat ook wel weer, maar als ik nu zelf weg moet is dat dus ook wel even zuur. Aan de andere kant twee hele mooie jaren. Met hele mooie prestaties, ook met mijn bijdrage. Af en toe een beetje dubbel gevoel dus. En bovendien is alleen verjongen niet verstandig. Enig overwicht in een team in de kleedkamer in de pauze is best goed.’

Ik herken het, het zal voor alle werkkringen gelden. Ik kijk naar zijn fanatieke kop en voel de bruisende energie die van hem uitgaat. Drieëndertig. Volgens mij kan hij nog jaren mee. Ik vertel het hem.

Lachend: ‘Een jaar of twee, drie moet ik makkelijk kunnen halen. Ik ben topfit. Ik wil mezelf goed in de kijker spelen!’
‘Heb je al contacten met andere clubs?’ vraag ik.
‘Nee, ik heb wel overleg met mijn zaakwaarnemer, maar heb de focus nog helemaal op FC Groningen. Bovendien spelen veel clubs nog volop. Competitie. Play-offs. Zo tegen eind mei zal er wel wat komen.’
‘Heb je voorkeur?’ vraag ik.
‘Ik sta overal voor open. Maar de kers op de taart is voor mij een buitenlandse club, die heb ik nog niet gehad in mijn carrière. Ik ben een avonturenmens en wil dat avontuur graag beleven.’
‘Maar dat betekent verhuizen dus,’ zeg ik, ‘hoe woon je eigenlijk nu? Heb je een gezin?’
‘Ja dat wel, ja ik heb een gezin,’ zegt Nick, ‘ik woon met mijn vriendin en mijn kinderen in Groningen. Dichtbij de club wonen is goed voor je rust.’
‘Hoe oud zijn ze?’
‘Tweeënhalf en anderhalf, dus dat moet nog kunnen.’
Ik knik.

Ik rommel wat met papiertjes. Hij wacht geduldig.
‘En daarna?’ vraag ik, ‘denk je daar al over na?’
Nick vertelt over het CIOS, waar hij twee trainingsdiploma’s (niveau 3 en 2) heeft gehaald. Het trainerschap zou hij zijn ei in kwijt kunnen.
Dan stel ik de domme vraag: ‘Op welk niveau zou je willen coachen dan?’
‘Het hoogste niveau!’ komt er prompt.
Ik lach wat. Hij moet er nog twee diploma’s extra voor halen. Dat gaat hem lukken.

‘Dus zondag spullen inleveren en weg?’ vraag ik, ter afronding. Maar er blijken nog wat oefenwedstrijden te zijn. Inmiddels lopen we naar de uitgang. Buiten hebben we het nog even over mijn vier zoons, allen gek van voetbal uiteraard. Nick vindt het prachtig.

Ik hoop dat we hem zondag voor het laatst nog even zien voetballen in het nieuwe uit-shirt van FC Groningen. Een voetbalheld die wat mij betreft te vroeg vertrekt. Maar dan zegt hij iets waardoor ik weet dat het allemaal goed komt:

‘Je moet het zo zien. Het moet zo zijn en misschien is deze stap het begin van iets heel nieuws en heel moois. Daar ga ik van uit.’

Nick van der Velden. Bedankt. Het ga je goed man.

 
image-300x275