Personeel van brandweer, spoorwegen, bus, ambulance en ziekenhuis; allen gaan ze gebukt onder de tirannie der gefrustreerden. We spreken er schande van; mensen die met roeping hun vak uitoefenen om mensen te helpen moeten dat toch veilig kunnen doen. Maar helaas, ze krijgen te maken met geweld, verbaal of lichamelijk.

Die focus op hulpverleners is terecht, maar daar houdt het niet op. Wie de tijdlijn op Twitter bekijkt van een willekeurige politicus snapt dat deze getraind moet worden in het omgaan met bedreigingen en scheldpartijen. Voetballers worden thuis belaagd en tegenstanders houden tegenwoordig tactisch rekening met thuispubliek dat zich tegen de eigen club keert. En: opgelucht ademhalen, omdat de kantoor- of productiebaan tenminste veilig is en zonder risico, is er niet meer bij. Op kantoren wordt gepest en op scholen en in fabrieken schelden we elkaar verrot.

Sterker nog, je hebt eigenlijk helemaal geen beroep nodig om met agressie en geweld in aanraking te komen. Tijdens een bezoek aan dierentuin of restaurant bevechten we elkaar voor een plaatsje. In de bioscoop gaan we op de vuist omdat we elkaar hinderen. In het pretpark lopen we gewoon kinderen omver omdat eigen kind eerst mag. De rij bij de bakker kan zonder nummertje trekken niet meer gereguleerd worden. Uitgaan moet eigenlijk bewapend en homo’s slaan we gewoon op de bek. De huidskleur is een eeuwenlange bron van ergernis, uitmondend in etnisch geweld. De tijd dat school leuk was is voorbij, zelfs in groep vier staan ze elkaar na schooltijd op te wachten. Langs de lijn was het allang niet meer veilig. En voor sommigen is thuis een boksring.

In dit benauwende gevecht, om het lichaam, maar vooral het ego, de ruimte te geven hebben we nog tijd voor dreigbrieven naar andersdenkenden en wijzen we graag naar buitenlanders, want die zijn de oorzaak van alles.

Aan alles zit ook een commerciële kant. Zoeken op internet naar het aanbod van cursussen hoe je moet omgaan met agressie en geweld levert ontelbare resultaten op. Waarbij aangetekend dat het aantal cursussen hoe je minder agressief op straat loopt beduidend lager ligt.

Een gestaag groeiende groep Nederlanders, wier dromen en middelen uit vervlogen tijden stammen, raken in het nauw. Vergeten in de oneerlijke wedloop der consumenten. Achtergebleven in de race der diploma’s. Niet meetellend, door het gebrek aan baan en status in een wereld waarin we elkaar steeds meer afrekenen op doelen die gesteld zijn door een ander, in eigenbelang.

Er is niks mis met mensen zonder diploma’s of werk, of mensen die weinig bezittingen hebben. In veel, maar zeer zeker niet alle, opzichten hebben ze een streepje voor. Gevoed door de bodem van oneerlijkheid, ongelijkheid en foute politieke beslissingen levert het echter mensen op met een martiaal soort verongelijktheid, met het recht van de misdeelden. Achterhetnetvissers, maar toch met het recht van de sterkste, zij het op een ander vlak. Mensen willen het recht dan maar halen, met focus op dat iedereen doet wat jij wilt en hulpverleners en politici in wezen je leveranciers zijn die jij onder contract hebt.

Zeker geen nieuw verschijnsel. Sartre schreef: Het geweld is goed voor hen die niets te verliezen hebben en Nietzsche beschreef reeds het verschijnsel ‘ressentiment.’ Ressentiment drukt een verongelijkte houding uit, een besef tekort te zijn gekomen met daaruit voortvloeiend een natuurlijk recht op compensatie. Door de zoektocht naar compensatie ontstaat alleen nog het nemen, er iets niets meer om te geven, er is geen ruimte meer voor de ander of andersdenkenden. Ressentiment doet zwakkeren zich verenigen, met eigen waarden die gericht zijn op het zwakke, het sterke wordt ondergewaardeerd. Op deze manier verdwijnt elke discussie, het wordt louter schreeuwen.

Toenemende agressie nemen we vaak voor lief of we zijn te bang om iets te vinden. We zijn reactief; we plaatsen camera’s op alle hoeken van de straten en we houden stille tochten. Na nog een paar jaar met delicten zal er standaard een gewapend escorte meereizen met dienstverleners en ambtenaren en is geweld een gegeven geworden, een waarde die bij hulpverlening en dienend personeel hoort en wetenschappelijk zal worden verklaard door ongeduld, onwetendheid en machteloosheid. Reageren op de onwaarde agressie wordt zo een waarde. We normaliseren geweld.

Het hopen op het incidenteel ingrijpen van de sheriff zal niet genoeg blijken, daarvoor zijn er simpelweg te weinig sheriffs. Willen we niet in een neo-wilde-westen tijdperk terechtkomen met nóg meer wapenvondsten en extreme groeperingen met het recht van de sterkste, zullen we meer moeten focussen op oorzaak en vermijding. Geen populair statement. Iedereen heeft immers recht op zijn eigen mening en een eigen stukje van de taart, een gezamenlijke moraal is al helemaal iets uit de oubollige tijd van opoe en pluche tafelkleden.

Toch is het handiger als het geweld wat minder ontstaat en de frustratietolerantie wat omhoog gaat. De kracht zit in in het gezamenlijke aspect. Herkenning leidt tot erkenning. We praten veel over individuen, maar in wezen willen we graag op elkaar lijken. Dat versterkt immers de groep en bovendien leidt herkenning-erkenning tot een gelukkiger gevoel; je hoort er helemaal bij. Mensen die gelukkiger zijn hebben minder behoefte aan geweld en haten minder. Wil je op elkaar kunnen lijken dan moet je wel meer op zoek naar verbinding in plaats van de nadruk te leggen op verschillen. Ook zul je toch in meer of mindere mate dezelfde mogelijkheden moeten hebben. Simpele statements, maar moeilijk in de uitvoer, voor velen onmogelijk zelfs.

Denk vooral nog even aan die Jean-Paul Sartre:
Het geweld is goed voor hen die niets te verliezen hebben.