Toen ik tegen het einde van de middag het café betrad was er al een gast aanwezig, die mij nors bekeek. Het beviel hem zichtbaar niet wat hij zag. Hij pakte het voddige krantje op, dat voor hem op tafel lag, en demonstratief hield hij het papier voor zijn bolle gezicht.

Ik liet het bij een kort boertje en nam plaats in de buurt van de man, die de rug daarop naar me toekeerde. Ik lachte in mezelf. Gelukkig was de ober gezelliger en bracht me glimlachend de cola, die ik nodig had om legitiem in het café te verblijven.

Er kwam nog een man binnen. Met een luid ‘Ha die Evert!’ stevende hij direct op de ronde man bij de tafel af. Evert liet geschokt de krant weer tot tafelhoogte zakken en keek de nieuwkomer met open mond aan, geen bijster aangename aanblik.

‘Oh, Bert,’ was zijn monotone reactie, na enige tijd. Hij leek me danig teleurgesteld. Maar Bert liet zich niet uit het veld slaan en vroeg met een volume, dat me handig leek op de markt bij het aanprijzen van de waren:
‘Ja Evert! Waarom zit jij hier in je eentje?!’
Evert keek even voor zich uit. Ik kwam tegen wil en dank steeds meer te weten over Evert. Hij leek me noch een vrolijk, noch een adrem type.
‘Ja, m’n kleindochter is er.’
Hij zei het op een toon alsof de deurwaarder, geflankeerd door agenten, een inval had gedaan.

‘Oh wat leuk!’ schreeuwde Bert, blind voorbijgaand aan de negatieve intonatie van Evert.
Evert schudde triest het hoofd.
‘Nou nee hoor. Ik moet de hele dag spelletjes doen. Bij het opstaan begint het al. Opa moet een spelletje doen. Onder het ontbijt. Voor de lunch. Spelletjes. Of opa maar even meedoet. Oma is druk met de boodschappen en opa doet de spelletjes.’
‘Oh leuk, ja spelletjes,’ zei Bert, maar met een duidelijk tanend volume en enthousiasme.
‘Nou, daarom zit ik hier. Ik word er stapelgek van. Spelletjes doen. En ja, ze speelt nog vals ook. Zeven jaar. Valsspelen. Huuh.’

Bert was al stil. De lach stond nog op zijn gezicht, maar meer in een staat van plotseling optredende vorst.
‘En je mobiel. Als je niet oppast heeft ze je mobiel te pakken. Daar zitten ook spelletjes op. Ja man. Spelletjes staan ook op je mobiel. En ze had hem te pakken!’
Bert ging moeizaam zitten.

‘Sinds m’n dochter gescheiden is komt m’n kleindochter bijna elke zondag. Soms al zaterdagavond. Mijn oude dag verloopt met spelletjes. Gelukkig kan ik hier terecht. Maar straks moet ik weer terug.’
Bert keek naar buiten. Evert pakte de krant weer op en hield hem weer voor zijn gezicht. Ergens achteruit het café viel iets zwaars om met een luide bonk. Buiten nieste een man.

Ik kende Evert meer dan genoeg nu. Ik stond op en betaalde aan de bar. Bij de uitgang keek ik nog een keer achterom, maar zag slechts toepasselijk sombere krantenkoppen met daarachter een onderuitgezakte Evert. Bert was voorgoed verstomd, zo leek het. Hij had de zware handen op de buik liggen en keek naar buiten.

Ergens verderop was een meisje van zeven, dat plezier beleefde aan het doen van spelletjes met deze opa. Dat is het mooie aan kinderen. Hun liefde is nog onvoorwaardelijk.