Het gedonder met oppas en de kosten van de opvang meer dan zat zit ik ’s middags monter achter de laptop. Mijn zoon is ziek en op deze manier kan ik ook mooi mantelzorger spelen. Aangezien de werkkamer niet bereikbaar is voor mijn mobiel netwerkje heb ik vorige week met een rood hoofd moeizaam een kabel getrokken, onder de vloer door. Stekkertjes aan de kabels geprutst en een bureautje neergezet. Het valt niet mee, dat Nieuwe Werken. Je moet eerst je huis opnieuw inrichten.

thuiswerk_kl

Ik zit net monter te werken en druk te bellen als er een oorverdovend gekrijs uit de woonkamer komt. Het jongetje is gevallen. Er drupt wat sinaasappelsap van het plafond, precies op mijn kruin. Verward strijk ik door het haar. En mijn vrouw, die ver weg is voor het werk, had nog zo beloofd dat alles rustig zou verlopen. Dit gebeurt nooit als zij thuis is. Zuchtend ga ik weer verder met de planning in Excel. De jongen speelt wat terwijl ik werk.

Na een kwartiertje gaat de bel. Onvoorzichtig loop ik de gang in. Door het glas in de voordeur lacht de moeder van Maarten mij hartelijk toe: er is geen ontkomen meer aan en ik doe open.

“Ach gut, ik moet even snel naar de supermarkt, kun jij heel even op Maarten letten, ben zó terug!” roept ze koket, als de deur nog maar net open is. Goed hoor, nou dan spelen er twéé kinderen op de vloer. Houden ze elkaar mooi bezig. Kan ik werken.

Ik kijk een paar minuten naar het inlogscherm en concludeer dat ik het werk niet meer kan bereiken. Geen nood, onmiddellijk bel ik met de Heldpdesk.
“HELPDESK!” tettert een dame in mijn oor, alsof ze beseft dat de bestelling van mijn gehoorapparaat vertraging opliep. Ik houd de telefoon wat van mij af en poog uit te leggen dat ik graag wil inloggen op het werk.
“Er zijn geen storingen bekend,” luidt het nuchtere antwoord, “en uw werklaptop doet het ook. Het moet dus aan uw interbetverbinding liggen!”
In de logica noemen ze dit een syllogisme geloof ik. Een onontkoombare conclusie, gebaseerd op twee stellingen.

Vanuit de kamer komt een triomfantelijke kreet van mijn zoon:
“Papa, Maarten kan stáánd plassen!!”
Zeer verontrust vraag ik de mevrouw van de Helpdesk een moment geduld wegens noodgeval en storm de kamer in. Inderdaad kan Maarten staand plassen. Jammer dat de driejarige dit in de plantenbak doet. Maarten moest nodig blijkbaar, want onder de plantenbak ontstaat een mooie gele plas.

Vertwijfeld spring ik op en neer. Een passerende meneer op straat kijkt mij met open mond zeer doordringend aan.
“Toch die vitrages eens dichttrekken,” denk ik nog.

punthoofd2

Terug bij de Helpdesk leg ik de mevrouw uit dat mijn internetverbinding het op mijn eigen laptop wél goed doet.
“Dat kan niet meneer, het moet aan uw internetverbinding liggen.” Mijn ademhaling gaat inmiddels zeer zwaar.
“Ik wil wel een call aanmaken hoor,” vervolgt de dame, “dan wordt u binnen 2 dagen teruggebeld.”

Uit de kamer komt het geluid van brekend glas.
Bij de voordeur hoor ik de moeder van Maarten:
“Joehoe, daar ben ik weer!”

Ik denk dat ik maar wat vrije uren opneem.

 

Gepubliceerd op managementsite.nl (gewijzigd)