Hij wou net tegelijk naar binnen met zijn collega. De deur was vrij smal en ze weken allebei niet. Onzacht raakten ze elkaar, waarbij de collega pardoes op zijn voet ging staan.

“Au!” riep hij, kéihard. Maar de collega wou hem echt niet voor laten gaan. Onhandig persten ze zich door de smalle deuropening. Toen ze binnen waren beende de collega zeer snel naar de lift. Toen hij zelf bij de lift aankwam gingen de deuren net dicht. Zijn woorden pasten niet onder de kerstboom.

Na de operatie was hij twee maanden ziek thuis geweest. Het herstel duurde wat langer. Volgens de huisarts was dat niet vreemd, gezien zijn leeftijd. De man had hem bemoedigend op de schouder geklopt en hem verteld dat hij wel weer aan het werk kon. En nu was hij hier. Hij vond het maar een vreemde binnenkomst. Het waren vast aanpassingsproblemen na zijn ziekte.

Op weg naar zijn kamer werd hij op de gang gegroet alsof hij hoogverraad had gepleegd. Minzame hoofdknikjes. Zijn nieuwe bureaustoel bleek vervangen door een afdankertje. Behalve zijn computer stond er verder niets meer op zijn bureau. Hij moest straks maar eens op zoek naar de foto’s van de kinderen. Hij hing de jopper op de kapstok en legde het zakje met boterhammen op de hoek van het bureau.

Na een kwartiertje wat doelloos om zich heenkijken zette hij de computer aan en wijdde hij zich maar aan de mailberichten. Het waren er veel en hij moest weer even denken hoe het ook al weer werkte met het archiveren. Hij had het nooit volledig begrepen. Toen hij hier en daar wat berichtjes las, merkte hij dat er best veel was misgegaan tijdens zijn afwezigheid. In de daarop volgende mailberichten merkte hij dat hij zeer gemakkelijk overal de schuld van had gekregen. Hij was er immers toch niet.

Er bleek een nieuwe manager te zijn, de oude was met wapperende jaspanden vertrokken. Nu was er een jonge vent, die toe was aan zijn tweede baan. De nieuwkomer had, na een pietluttig voorval, vorige week iemand op staande voet ontslagen en een plan ontworpen waarmee hij 3 FTE’s kon besparen.

In de loop van de dag merkte hij dat er veel mensen zenuwachtig waren. Het kantoor van de nieuwe manager werd platgelopen. Als de man de mond opendeed stonden ze allemaal met de gezichten op automatisch op lachen. Als hij niets zei werd er toch zeer vriendelijk naar de man gekeken. Zoals hij wringend binnenkwam door de deur, zo wrongen de collega’s zich ook door de taken heen. De teamleiders hadden nieuwe targets gekregen en zwetend blaften ze het voetvolk af. Iedereen wou zoveel mogelijk doen, zo snel mogelijk en zo goed mogelijk. Maar wel met de oogkleppen op. Taken werden eenzaam geabsorbeerd, zonder overleg, om vooral solo te worden geprezen voor een resultaat. Wat iemand onverhoeds had laten liggen werd direct afgepakt door een ander. Vulture culture.

Hij bekeek het met open mond.

Toen hij aan het einde van de middag, na een korte kennismaking met de nieuwe manager, te horen kreeg dat hij bij de vertrekkende FTE’s hoorde, werd hem bezworen dat dit niets met zijn ziekte te maken had. Na zestien jaar bij het bedrijf was hij gewoon over. Hij viel net van een randje. Het effect van financiële krapte was dat bedrijven inkrompen en iedereen vocht om te overleven.

Teruglopend naar de auto zag hij bij de vijver een vader met zijn zoontje de eendjes voeren. De eendjes stormden af op de broodkorsten, elkaar verdringend. Vader en zoon voerden het hoogste woord en lachten. Hij keek lang naar ze en dacht aan zijn vrouw thuis en de cake bij de koffie. Hij had enorme zin om naar huis te gaan.

 

image20